Banner-wiki.png

Ego

Uit Dharma-Lotus
Ga naar: navigatie, zoeken
Opbouw van het ego
Ego (uit het Latijn) betekent in de letterlijke betekenis "ik". In het algemeen gebruikt men het woord -ego- voor het object dat men met het woord -ik- aanduidt.

De boeddhistische Dharma beschrijft zeer helder dat elke vorm van individualiteit niet bestaat. Dat het individu niet bestaat en dat zowel het 'Ik', het 'Mijn', het 'Ons', de 'Overtuiging' en het 'Ego' niet bestaant. het zijn allemaal gecreëerde werkelijkheden die kunnen leiden tot bezoedeling van inzicht. Het -ik- is gecreëerd en door het creëren ervan roept deze zeggenschap op.

Conditioneel gedrag

Je kijkt naar een horrorfilm en vervolgens vind je het eng om de donkere trap naar boven op te lopen. Voorheen had je nooit deze angst en nu opeens wel. Door het bekijken van de film ontstaat een angstbeeld dat zeggenschap oproept, doordat het er nu is, n.l. de angst om de trap op te lopen.

De angst ontstaat doordat jij (individu) een identificatie aangaat met de situatie. De angst ervaar je als onplezierig (negatieve interpretatie) en je wilt jezelf tegen deze negatieve interpretatie beschermen. Dit doe je door een conditionering op de situatie te plaatsen: -deze situatie is onplezierig-. Deze conditionering gaat vervolgens zorgen voor het ontstaan van emoties → gemoedstoestanden → handelingen en gedachte. Echter, jij roept niet het angstbeeld op, jij bent op dat moment het angstbeeld en om deze los te laten moet je geen conditionering creëren maar er juist één loslaten; het idee dat jij een individu bent. De valkuil is om je te identificeren met de situatie. Wanneer je extern en intern als één beschouwt raak je verward.

Je hoort een geluid en dit geluid heeft invloed op jou, als het een aangenaam geluid is voel jij je er goed bij, als het een onaangenaam geluid is voel jij je er slecht bij. Je maakt hier een onjuiste identificatie tussen jou (individu) en de situatie (geluid). Het geluid zelf is neutraal, jij maakt het echter geladen door er een identificatie mee aan te gaan waardoor interpretatie ontstaat (aangenaam of onaangenaam). Deze interpretatie ligt echter niet bij het geluid, maar bij het horen van het geluid.

Het geluid is het geluid en het is wat het is en dat is altijd neutraal. Na het waarnemen van het geluid heb je de keuze om er lading aan te geven of niet. Geef je er geen lading aan dan is het horen eveneens neutraal en blijf je gelijkmoedig. Geef je er wel lading aan dan ontstaat identificatie en interpretatie (aangenaam of onaangenaam) en vervolgens emoties → gemoedstoestanden → handelingen en gedachte.

Identificatie

Opbouw van het 'ik'
Opbouw van het 'mijn'
Opbouw van het 'ons'
Opbouw van de overtuiging

De valkuil ligt dus bij het waarnemen. Rūpa is het object, situatie of gebeurtenis welke waargenomen wordt middels bewustzijn (al onze zintuigen). Nãman is waar de signalen van het bewustzijn binnenkomen en indien geconditioneerd een geladen reactie geven in de vorm van een emotie. Is deze lading negatief dan voel je je er slecht bij (aversie), is de lading positief dan voel je je er goed bij (begeerte). Er ontstaat dus een geladen identificatie en dat is wat wij als een individualiteit ervaren. Er zijn vier identificaties mogelijk met in totaal 64 combinaties (vergelijking: het enneagram heeft ook 64 verschillende persoonlijkheidsmodellen).

ik

Ik is de identificatie tussen nãman en het (fysieke) lichaam. We denken bijvoorbeeld het fysieke lichaam te zijn, datgene we in de spiegel zien, dat is ik. Maar trek drie haren uit je hoofd en je beschouwt deze niet meer als onderdeel van het ik. Het ik is nu drie haren armer. Ga naar het toilet en het ik is weer wat armer geworden. Scrub jezelf eens goed, knip je nagels en spuug op de grond, waar is het ik nu?

Op de hersencellen en de eicellen van de vrouw na vernieuwt elke lichaamscel zich minimaal eens in de zeven jaar. Na zeven jaar heb je dus een geheel nieuw lichaam, dus waar is het ik? Het ik is niet hetgeen je ziet in de spiegel, het is de identificatie met hetgeen je ziet in de spiegel. Ik is dus niets anders een identificatie.

Een asceet doet aan zelfkastijding. Toen Gautama de Boeddha asceet was at hij niet, hij gaf het lichaam geen rust, hij liet zijn haren en nagels groeien en beschermde zich niet tegen insecten en weersinvloeden. Dit deed hij omdat hij van de overtuiging uitging dat het lichaam onderdeel is van het ik en daarmee van het ego. Zijn doel was de verlichting te bereiken en om dat te bewerkstelligen verwaarloosde hij het ego, en dus het ik, en dus het lichaam. Als prins was Siddhartha Gautama met dit zelfde lichaam extreem bevoorrecht met pracht en praal en gaf hij het teveel aandacht, gaf hij eigenlijk de zeggenschap aan het lichaam. Als asceet negeerde hij het lichaam, beiden waren onjuiste methoden om geluk te ervaren. Pas toen hij inzag dat het lichaam niet het ik vormt, maar de identificatie met dit lichaam ging hij het lichaam de aandacht en verzorging geven die het nodig had. Hij besefte dat het lichaam een eigen functie heeft en dat er naar dit lichaam geluisterd dient te worden.

In het voorbeeld van de horrorfilm is er duidelijk sprake van ik-identificatie:

Ik ben nu bang voor het donker, de krakende trede van de trap laat deze angst alleen maar toenemen. Ik wil dat het licht aan is en ik ga hardop praten om mezelf moed in te spreken. Tegelijk vind ik mijzelf stom dat ik nu bang ben en voel ik spijt dat ik die film alleen heb bekeken.

mijn

Mijn is de identificatie tussen nãman en het (emotionele-, psychische-, mentale- en karmische lichaam). Hoewel deze identificatie verder van ons afstaat is deze tegelijkertijd groter als bij het ik. We spreken van mijn emoties, mijn gemoedstoestanden, mijn handelen en mijn gedachten. We beseffen dat dit niet het ik is, terwijl we onszelf er wel sterk mee identificeren. Het mijn is meer maakbaar en variabeler dan het ik. Koop maar iets en het mijn is toegenomen. Doordat het mijn zo maakbaar is gebruiken we het mijn om ons gelukkig te maken. We kopen mooie dingen om gelukkig te worden en om ons beter te voelen. Dit stuk is het niet-menselijk mijn, de identificatie met goederen. Mijn auto, mijn huis, mijn televisie. Als deze stuk gaan voel jij dat persoonlijk als pijn.

Er is ook een innerlijk-mijn: mijn gedachten, mijn karakter, mijn persoonlijkheid, mijn problemen, mijn stille verdriet, mijn behoefte aan liefde, etc… Tot slot is er het relationele mijn: mijn kinderen, mijn partner, mijn vrienden…

Bij veel aspecten van het mijn ontstaat een geladen identificatie met het externe. Maar jij bent de identificatie en daarmee ben jij de ander omdat daar de identificatie naar toe gaat. Het is dus niet niet jij partner maar jij als zijnde de identificatie met je partner. De identificatie ligt niet tussen jou en je partner maar de identificatie ben jijzelf. Datgene waarmee je jezelf identificeert heeft dus invloed op jou terwijl je een natuurlijke behoefte voelt om jezelf te beschermen tegen negatieve beïnvloeding en zodoende ontstaan verwachtingen naar je partner toe, niet omwille van je partner, maar omwille van jezelf: het mijn. Je partner moet dus positieve impulsen afgeven en negatieve voorkomen om zo niet jou negatief te beïnvloeden. In het voorbeeld met de horrorfilm:

Het is mijn angst, mijn zenuwen en mijn zwakte. Het is mijn behoefte naar spanning om deze film te gaan zien, mijn karaktertrek.

ons

Ons is de identificatie tussen nãman en een subcultuur. Deze identificatie staat nog verder van het ik af. Het ons is een groep waar je bij hoort of waar je bij hoort te zijn: ons dorp, onze kinderen en onze sportclub. Maar ook ons soort mensen, je voelt je verwant met andere mensen waarmee je een hobby, passie of overtuiging deelt. Daarmee is er een overlap tussen het ons en overtuiging. Binnen een dergelijke subcultuur kunnen strenge gedrags-, kleding- en andere codes aanwezig zijn die het gevoel van ons-zijn doen versterken. Het ons houdt tegelijk een -jullie niet- in. Jullie horen niet tot ons en dit leidt tot afsluiting naar die ander toe, terwijl er heel goed raakvlakken kunnen zijn op ander terrein.

overtuiging

Deze identificatie is de enige niet-menselijke identificatie. De overtuiging kan politiek, humaan, sociaal of religieus zijn. Je hebt een overtuiging en plaatst al je handelen en gedachten vanuit die overtuiging. Echter, handelingen en gedachten komen niet voort uit overtuiging maar uit gemoedstoestanden die op hun beurt voortkomen vanuit emoties. Een overtuiging is dus een kunstmatige manier om te willen handelen terwijl het lichaam van nature anders reageert. Dit zorgt voor onbalans en daarmee tot lijden.

Categorie indeling
Home
Boeddhisme
Dhamma wiel
Sub categorieën Boeddhisme
Boeddhistische dharma
Personen uit de Pali-canon
Soetra's
Overige artikelen op Boeddhisme
6 yoga's van Naropa
Arhat
Bodhisattva
Boeddha
Boeddha-natuur
Dharma
Ego
Geschiedenis boeddhistische Tantra
Monnik
Namaste
Ohm
Pali
Puja
Samsara
Sangha
stoepa
Tibetaans dodenboek
Tibetaans levenswiel
Transformatie processen
Verlichting
Zazen
Zen
Dhamma wiel

een combinatie

Mijn kinderen is tegelijk ons gezin. Een ziekte (ik) kan een grote invloed hebben op je overtuiging. Er zijn dus 64 mogelijkheden tot identificatie.

Nãman is er altijd en rūpa is er ook altijd, er is dus altijd contact middels bewustzijn. Maar of er vanuit dit contact identificatie plaatsvindt is bepalend. Komt het contact tot stand zonder lading dan is er geen identificatie en dus geen conditionering (nāma-rūpapariccheda ñāna) en blijf je gelijkmoedig. Onze normale staat is dus altijd gelijkmoedigheid. Deze wordt alleen verstoord door de identificatie die op het moment van geladen contact ontstaat. Het is heel belangrijk om te begrijpen dat we niet een identificatie maken tussen nãman en rūpa maar dat we de identificatie zijn. Emoties

Binnen het gehele aspect van de meditatie is de emotie, en de daaruit voortvloeiende gemoedstoestanden, het lastigste onderdeel om mee om te gaan. De emotie dient geen enkel doel behalve het beschermen van de identificatie waarin je op dat moment zit. Als je boos wordt omdat jou iets wordt aangedaan zit je reeds in de ik-identificatie, zodra je inziet dat er geen ik-identificatie is hoef je deze ook niet te beschermen en heeft de emotie geen doel meer. We zijn heel erg geneigd om onszelf technieken aan te leren zodat we om kunnen gaan met onze emoties.

  • leer om te gaan met je emoties
  • leer los te laten
  • tel eerst tot 10 voor je wat doet
  • denk aan positieve gedachtes
  • adem je emotie weg
  • zorg dat je geaard bent
  • probeer de positieve kant van het verhaal in te zien

Zo zijn er talloze goed bedoelde oneliners die je niet gaan helpen. Het is het welbekende voorbeeld van het halfvolle of het halflege glas.

Voorbeeld

Drie personen zitten bij elkaar. De eerste is een zeer optimistisch iemand, deze persoon ziet overal iets moois in en is altijd goedlachs. De tweede persoon is een pessimist die ziet overal een nadeel aankleven en heeft iets somber over zich. De derde persoon is een realist, hij ziet de situatie zoals deze is zonder hem positiever of negatiever in te schatten. Een glas wordt precies tot de helft met water gevuld en aan elk van de drie personen wordt gevraagd of het halfvol of halfleeg is. De optimist zegt dat het glas halfvol is en de pessimist zegt dat het glas halfleeg is. Vervolgens is de realist aan de beurt en deze zegt dat het glas noch halfvol noch halfleeg is.

“Jullie luisteren slecht en kijken onjuist” zegt hij .”Ten eerste horen jullie in de vraag slechts twee opties waar jullie je gelijk aan binden. Jullie conditioneren je met deze twee mogelijkheden zonder jezelf af te vragen of er ook nog meerdere antwoorden mogelijk zijn, en deze zijn er. Jullie kijken namelijk alleen naar het water in het glas terwijl de vraag was –of het glas halfvol of halfleeg is-. Er wordt niet bij gevraagd waarmee het glas gevuld dient te zijn. De onderste helft is gevuld met water, de bovenste helft is gevuld met lucht en zodoende luidt het enige juiste antwoord dat het glas in zijn geheel gevuld is”.

Situaties zijn zoals ze zijn, ongeacht hoe wij er vanuit onze identificatie ernaar kijken. Alleen door deze identificatie krijgt de situatie een lading en daarmee een conditionering waarop wij weer reageren. Zodoende lijkt de situatie niet neutraal maar die is dat wel. Elke situatie is per definitie neutraal. Dit kan je neutraal observeren en als je dat doet mediteer je in samsãra, je observeert neutraal dat wat het is. Als je dat doet is de emotie niet meer nodig en zal ook de gemoedstoestand ophouden te bestaan.

De gedachte en handeling welk altijd voort komen uit de emotie ontstaan ook niet meer en er wordt een enorme rust en balans gecreëerd in je hoofd en gehele lichaam. Ben je vanaf nu dan een emotieloze robot? Emotieloos wel, maar geen robot. De fijnste gemoedstoestand is gelijkmoedigheid en daar zal je dan continu in verkeren. Vergeet niet dat je vanuit deze gelijkmoedigheid enorm kunt genieten van vriendelijkheid, van een lach, van liefde of van vervoering. Dat je verdriet of teleurstelling kunt ervaren in collectieve zin, maar de zware gemoedstoestanden zoals haat, persoonlijk verdriet, afwijzing en jaloezie zullen verdwijnen omdat dit emoties → gemoedstoestanden zijn die alleen tot doel hebben de identificatie te beschermen. Zonder identificatie vallen deze zware energieën weg.