Banner-wiki.png

Shiva en Parvati onbalans

Uit Dharma-Lotus
(Doorverwezen vanaf Kalãpa)
Ga naar: navigatie, zoeken

Categorie indeling
Home
Massage
Sweda
Yogin with six chakras, India, Punjab Hills, Kangra, late 18th century.jpg
Sweda
Emotieleer
Geschiedenis van de sweda
Gesprekstechnieken
Interpretatieleer
Shiva en Parvati onbalans
Sweda
Swedana
Verschil tantra en sweda
Begeleiding
Swedana
Intimiteit coaching
Opleiding
Sweda opleiding
Boeken.png
Oil drop.svg
Shiva en Parvati zijn beiden in balans
Parvati is groot en Shiva is in balans
Parvati is groot en Shiva is klein
Parvati is in balans en Shiva is klein
parvati is in balans en Shiva is groot
Parvati is klein en Shiva is groot
Parvati is klein en Shiva is in balans
Parvati en Shiva zijn beiden groot
Parvati en Shiva zijn beiden klein

De ultieme balans is het ervaren van Prana wat alleen kan als er geen onbalans aanwezig is. deze onbalans wordt altijd veroorzaakt door het dualisme: Shiva en Parvati (in het Taoïsme vergelijkbaar met Yang en Yin). Balans wordt veroorzaakt door Prana en deze energie wordt gevormd door het samenkomen van Shiva en Parvati. Dit zijn elkaars tegenpolen en heffen elkaar op als ze bijeen komen. Prana, Shiva en Parvati zijn allemaal energieën die teveel in het lichaam kunnen zijn of te weinig.

Uitleg middels een rekenmodel

Het uitleggen van balans en onbalans doen we met een rapportcijfer (schaal 0-10). In dit geval is het niet "Hoe hoger hoe beter", 7 is ideaal.

  • Boven de 7 is er onbalans: er is teveel aan energie
  • Onder de 7 is er ook onbalans: er is te weinig energie.
  • als de ene op 7 staat en de andere op 4, dan is er 3 'rest-energie'. Ook dit is onbalans.

De ultieme balans heet Metta-ji en wordt bereikt als:

  • Shiva op zichzelf in balans is (cijfer 7)
  • Parvati op zichzelf in balans is (cijfer 7)
  • Shiva en Parvati samen ook in balans zijn (7 en 7) = 1e (volledige) transformatie -> prana

Geef je iemand een massage, dan werk je dus met deze 3 balansen in diens lichaam. Wil je samen (persoon A en B) in een Tantra sessie, dan wordt het een stuk ingewikkelder.

  • Shiva in balans persoon A (7)
  • Shiva in balans persoon B (7)
  • Parvati in balans persoon A (7)
  • Parvati in balans persoon B (7)
  • Shiva en Parvati in balans persoon A (7-7) = 1e transformatie -> prana
  • Shiva en Parvati in balans persoon A (7-7) = 1e transformatie -> prana
  • Shiva en Parvati in metta-ji (persoon A en B).

Opkomen en doorstromen van de Shiva energie

Reizen is mooi, nieuwe ervaringen, nieuwe impulsen, ’s ochtens niet weten waar je ’s avonds zult slapen. Nieuwe vrienden ontmoeten en niet hoeven te kijken op de klok, geen agenda hebben en elk besef van tijd kwijt zijn. Opgaan in de cultuur van locals en niet weten wanneer je reis tot een eind komt. Dit is de bovenkant van Shiva, vrij zijn en vrij blijven. Deze reis kan 6 maanden duren of 2 jaar, maar op een gegeven moment komt de wens om weer terug te gaan; Shiva gaat naar beneden stromen. Shiva is de verloren zoon die na vele omzwermingen eindelijk de behoefte krijgt om weer thuis te komen en structuur te krijgen. Hij koopt een laatste ticket en belt zijn ouders of zij hem over 2 dagen willen komen ophalen van de luchtaven. Eenmaal aangekomen is hij blij datgene te zien wat 2 jaar geleden mede de aanleiding was om weg te gaan. Hij wil nu gaan settelen en een eigen structuur gaan maken. Hij vind een leuk huisje en richt dit naar eigen beleven in, hij krijgt een goede baan en koopt een auto, kleren en meubilair. Hij gaat op een club en ontmoet nieuwe vrienden en wordt opgenomen in een subcultuur. Dit is de onderkant van Shiva, een huis vinden waar je je prettig, veilig en vertrouwt voelt. Nu kan Parvati ontstaan.

Opkomen en doorstromen van de Parvati energie

Parvati komt op als er een huis is en maakt hier een thuis van. Parvati wil zich boven alles thuis voelen, helemaal in haar eigen element en precies goed zoals zij dat ervaart. Dit is de onderkant van Parvati. Als alles in de basis goed is dan zal er wederom een wens naar expansie en vrijheid gaan ontstaan. Maar nu niet met achterlating van de basis, deze is nu goed en wil behouden blijven. Vanuit deze basis expanderen, nieuwe dingen doen, nieuwe impulsen en ervaringen, dit is de bovenkant van Parvati.

Shiva nodigt dus Parvati uit. Parvati kan niet goed stromen als Shiva niet in balans is. Alles valt en staat met de aanwezigheid van Shiva, maar Parvati zal uiteindelijk leidend zijn.

De 8 vormen van onbalans tussen Shiva en Parvati

  • Parvati is groot en Shiva is klein
  • Shiva is groot en Parvati is klein
  • zowel Shiva als Parvati zijn klein
  • zowel Shiva als Parvati zijn groot
  • Parvati is in balans en Shiva is klein
  • Shiva is in balans en Parvati is klein
  • Parvati is in balans en Shiva is groot
  • Shiva is in balans en Parvati is groot

grote Parvati

Groot leeft bij de gratie van klein. De Mont Blanc is met zijn 4.810 meter de hoogste berg van de Alpen maar zou een kleine berg zijn in de Himalaya waar 40 bergtoppen boven de 7.000 meter hoogte en 9 toppen boven de 8.000 meter zijn. Is nu de ene berg groot omdat de andere klein is of andersom, of geen van beide? In het lichaam kunnen we opmerken dat er meer Parvati aanwezig is dan Shiva (of andersom), maar voor we hier iets mee kunnen doen moeten we weten om welke onbalans het gaat. Er zijn 3 variaties mogelijk waarin er sprake is van grote Parvati:

  • Parvati is groot en Shiva is normaal. Je kunt het beste eerst prana gaan aanmaken en daarna Parvati afvoeren.
  • Parvati is groot en Shiva is klein. Het lichaam verkeert in een dubbele onbalans en het is onverstandig prana aan te gaan maken. Voer eerst Parvati af en/of voer Shiva aan.
  • Parvati is normaal en Shiva is klein. Je kunt eerst meer Shiva aanmaken en dan samen laten komen of samen laten komen en later Shiva aanmaken.

In tabel 2 is Parvati te groot en Shiva normaal, in tabel 3 is Parvati te groot en Shiva te klein en in tabel 4 is Parvati welliswaar groter dan Shiva maar in wezen normaal en Shiva te klein. Indien Parvati groot is, is het dan ook niet vanzelfspreken dat je gelijk Parvati gaat afvoeren. Bij tabel 4 zal dit een tegengesteld effect gaan hebben en bij tabel 3 los je slechts de helft van het probleem op. Het is dus van belang dat je kunt aanvoelen welke onbalans in het lichaam heerst.

grote Shiva

De drie variaties zoals uitgelegd bij grote Parvati doen zich ook voor bij grote Shiva:

  • Parvati is normaal en Shiva is groot. Je kunt het beste eerst prana gaan aanmaken en daarna Shiva gaan afvoeren.
  • Shiva is groot en Parvati is klein. Het lichaam verkeert in een dubbele onbalans en het is onverstandig prana aan te gaan maken. Voer eerst Shiva af en/of voer Parvati aan.
  • Shiva is normaal en Parvati is klein. Je kunt eerst meer Parvati aanmaken en dan samen laten komen of samen laten komen en later Parvati aanmaken.

Bij een gezond lichaam zijn Shiva en Parvati gelijk(waardig) aan elkaar én in balans. Deze balans is nooit statisch, er zal altijd enige fluctuatie zijn (tussen 6 en 8). Zijn Shiva en Parvati niet in balans dan ontstaan er uiteindelijk ziekten (kalãpa’s). Nu kan het voorkomen dat Shiva en Parvati ogenschijnlijk in balans lijken te verkeren omdat ze in gelijkwaardigheid aanwezig zijn (zie tabel 2, Shiva en parvati zijn gelijkwaardig op niveau 10 aanwezig). Dit is een schijnbalans omdat beiden te groot zijn.

schijn balans

Op een ouderwetse weegschaal met 2 bakjes en een wijzerplaat staat aan de zijkant: “maximumgewicht 18 kg, streefgewicht tussen de 10 en 16 kg). Aan linkerzijde ligt 10 kg en aan de rechterkant ligt 3 kg, het resultaat is dat de weegschaal naar links helt.Om dit op te lossen zou je rechts 7 kg bij kunnen leggen zodat er een balans ontstaat (10 kg + 10 kg, tabel 8). Dit is echter en schijnbalans omdat het totaal (20 kg) het maximum van 18 kg overschrijdt. Ondanks de balans zal toch de weegschaal op den duur kapot gaan. Een andere oplossing zou zijn door rechts 7 kg weg te halen zodat er een balans ontstaat (3kg + 3 kg, tabel 9). Ook dit is een schijnbalans omdat het gewicht (6 kg) lager is dan het streefgewicht van de weegschaal waardoor de meting onbetrouwbaar wordt.

  • Parvati en Shiva zijn in een schijnbalans aangezien ze beide groot zijn (10+10). Het lichaam verkeert in een dubbele onbalans, door ze individueel af te voeren of samen te laten komen zodat prana kan ontstaan, kan je beiden energieën naar beneden brengen.
  • Parvati en Shiva zijn klein (3+3). Het lichaam verkeert in een dubbele onbalans en het kan lastig zijn ze samen te laten komen, in dat geval moet je eerst beide aanvoeren.

Uitingen van onbalans

ziekteverschijnselen die zich kunnen voordoen bij een grote Parvati

(Deze verschijnselen worden versterkt door een kleine Shiva)

  • brijige, vormloze ontlasting of verstopping
  • zwakke afweer
  • gevoel van koude
  • vermoeidheid
  • concentratiegebrek
  • onbedwingbare trek in zoetigheid
  • gevoel van volheid
  • winderigheid
  • eventueel gebrek aan eetlust
  • uitputting
  • geestelijke vermoeidheid
  • futloosheid
  • eventueel angsten
  • gelatenheid
  • onbedwingbare trek in zoetigheid
  • behoefte aan koffie
  • eventuele behoefte aan sigaretten
  • geen herstel door slapen
  • koud hebben; koude voeten, knieën, heupen, billen
  • neiging tot diarree of verstopping
  • gevoel van volheid
  • winderigheid menstruatieklachten
  • eventueel uitblijven van de menstruatie
  • rugpijn, die door beweging vermindert
  • tegenzin in koud eten en koude dranken
  • seksuele lusteloosheid
  • eventueel onvruchtbaarheid
  • eventueel impotentie

ziekteverschijnselen die zich kunnen voordoen bij een kleine Parvati e/of een grote shiva (tabel 5, 6, 7 en 9)

  • lichtgevoeligheid
  • nachtblindheid
  • slapende ledematen
  • neiging tot spierkrampen
  • bleek gezicht
  • sterretjes voor de ogen zien
  • drukkende hoofdpijn achter de ogen
  • kwetsbaarheid, lichtgeraaktheid
  • prikkelbaarheid
  • emotionele labiliteit
  • vermoeidheid door geestelijke inspanning

ziektebeelden die zich kunnen voordoen bij een kleine Parvati (tabel 6 en 7)

  • problemen met het in slaap komen
  • 's nachts zweten
  • hete voetzolen, vooral 's nachts
  • dorst, droge mond
  • slaapstoornissen
  • inwendig gevoel van hitte
  • rusteloosheid
  • nervositeit
  • vatbaarheid voor stress
  • schrikachtigheid
  • gering uithoudingsvermogen
  • duizeligheid
  • eventueel gewichtsverlies
  • eventueel snel praten

ziekteverschijnselen die kunnen voordoen bij een grote Shiva (tabel 5 en 6)

  • niet tegen stress kunnen
  • niet tegen massage of psychische druk kunnen
  • eventueel zwaarlijvigheid met onbedwingbare eetlust
  • gevoelens van hitte
  • rode gelaatskleur
  • hyperactiviteit, grote dynamiek
  • dominerende persoonlijkheid
  • luide stem
  • slaapstoornissen
  • veel dorst
  • neiging tot ergernis of woede
  • hoofdpijn, aan de zijkant of op het schedeldak.

Nuances in Shiva en Parvati

Na bovenstaande uitleg lijken Shiva en Parvati op abstracte eenzijdige begrippen. Het gaat echter niet om hokjes en kaders, dat kan ook niet omdat er zoveel verschijningsvormen en invloeden zijn die de mate van Shiva en Parvati bepalen. Parvati kun je onderverdelen in gewone, kleine en grote Parvati en dit geldt zo ook voor Shiva. De intentie van Shiva en Parvati wordt bepaald door energieën, gedachten, emoties, gemoedstoestanden, conditioneringen, koud en warm, seizoenen, nat en droog, dag en nacht en al je activiteiten van dat moment. Een belangrijk gegeven hierin is:

  • de inhoud heeft altijd invloed op de vorm
  • de vorm kan invloed hebben op de inhoud als deze al in onbalans is
  • de vorm kan nooit invloed hebben op de inhoud als deze in balans is

Onbalans kan dus nooit gecreëerd worden door de vorm als de inhoud al in balans is. Balans is dus het keyword en deze moeten we niet in de vorm zoeken. We zijn hier letterlijk de architect van ons eigen leven en elke vorm van onbalans creëren we zelf. Elke motivatie om situaties, omstandigheden en anderen de schuld te geven vervalt hiermee en de logica om het in onszelf te zoeken stijgt. Het ‘in onszelf zoeken’ zal uiteindelijk leiden tot de vraag “wie is het zelf” en daarmee komen we tot het diepste inzicht aangaande deze inhoud, namelijk dat er geen wezenlijke inhoud is. De 2 grondstoffen voor balans; Shiva en Parvati, zijn op hun beurt niet-bestaand en hebben alleen bestaansrecht door de aanwezigheid van conditioneringen die onderscheidt creëert. Uiteindelijk zijn ook deze 2 energieën slechts 2 zijden van dezelfde medaille en is het alleen de interpretatie die het onderscheidt maakt.

Om duidelijk te krijgen wat deze energiestromen zijn, eerst even wat ze niet zijn (inclusief enkele valkuilen):

  • Shiva en Parvati worden níet bepaald door leeftijd, ras, sekse of gewicht. Dit wordt wel vaak aangedragen als zijnde de boosdoener van enig onbalans. Je bent niet uit balans omdat je dik bent (en daar niets aan kunt doen), je bent dik omdat je op energetisch niveau uit balans bent.
  • Parvati kan je niet 1 op 1 vergelijken met de vrouwelijke energie en Shiva met de mannelijke energie. Zo scharen we structuur, orde en regelmaat eerder bij mannelijke energie hoewel het Parvati is. Intuïtie en communicatie scharen we eerder bij vrouwelijke energie hoewel het Shiva is.
  • Shiva en Parvati kennen geen moraliteit en is ook geen moraliteit. Dat is het paard achter de wagen spannen aangezien goed en slecht een interpretatie is van een onbalans welk wij ervaren.
  • Onbalans tussen de Shiva en Parvati is niet per definitie slecht. Een chirurg die een operatie uitvoert moet dat heel consequent en gestructureerd doen, een psychiater moet niet mee gaan huilen als zijn patiënt emotioneel wordt en als je aan het studeren bent mis het juist dat je heel cognitief bezig bent.
  • Shiva, Parvati, prana, intuïtie en instinct zijn onderhevig aan een bioritme.
  • De omgeving is ook bepalend voor de aanmaak van Shiva of Parvati. Als vrouwen lange tijd continu met elkaar optrekken dan ontstaat er een synchronisatie . Deze vrouwen worden omgeven door vrouwen en Parvati wordt omgeven door Parvati. De menstruatie, die bij elk eerst een eigen ritme had, stemt zich op elkaar af en gaat vrijwel gelijk lopen. Bij mannen die in een mannengemeenschap leven gaat het mannelijke aspect overheersen, ook het denken en het gevoel wordt rationeler. Shiva wordt omgeven door Shiva. Maar een vrouw die in een mannencultuur verkeert, neemt de mannelijke trekjes over in rationaliteit. Om zich waar te maken wordt, ondanks haar vrouwelijkheid wordt haar handelen en denken rationeler. Zo verschuiven Shiva en Parvati.

Shiva en Parvati in balans brengen

Uitgaande dat het lichaam in balans wil zijn met een verhouding tussen Shiva en Parvati van 50/50 dient binnen de sweda elk overschot (grote Shiva en/of grote Parvati) afgevoerd te worden en elke tekort (kleine Shiva en/of Parvati) aangevoerde te worden om tot deze 50/50 verhouding te komen. Binnen de tantra ligt dit echter anders. Daar is het streven niet een 50/50 verhouding maar het komen tot prana en deze prana kan ook bereikt worden met een andere verhouding tussen de twee subenergieën. Als we teruggaan naar de voorbeelden van tabel 1 (7-7), 8 (10-10) en 9 (3-3) dan zullen deze een volledige opwekking van prana tot gevolg hebben zonder restenergie. Bij de voorbeelden in tabel 5 (7-10) en 2 (10-7) is één van de energieën normaal en de ander te groot. Toch is het mogelijk om in deze 2 gevallen tot prana te komen, je zult 14 eenheden prana verkrijgen en een restenergie van 3. Zolang de prana maar groter is dan welke andere energie in het lichaam dan ook is er sprake van tantra; prana is namelijk leidend. Dit ligt anders in de voorbeelden van tabel 3 (10-3) en 6 (3-10). Hier zul je 6 eenheden prana ontwikkelen maar er blijft een restenergie van 7 over. De restenergie is groter dan de prana en deze zal dus leidend zijn, er is geen sprake van tantra. De tantra is eigenlijk heel eenvoudig; de grootse energie aanwezig is leidend, zorg dat dit prana is. Lukt dit, ga dan verder met die prana, lukt dit niet dan zul je terug moeten keren naar de sweda om daar de onbalans op te heffen om zodoende weer de tantra in te kunnen gaan.

In het voorbeeld van tabel 3 (10-3) en 6 (3-10) kon je dus niet tot de leidende prana stroming (en dus niet tot de tantra) omdat de restenergie groter is dan de prana. In dat geval moeten we verder met de sweda om eerste dit probleem op te lossen. Dit kan je doen door het teveel (10 eenheden terug brengen naar 7) af te voeren en/of het tekort (3 eenheden brengen tot 7) aan te vullen. In het hoofdstuk massage en meditatie worden technieken aangereikt om dit te bereiken.