Banner-wiki.png

Vipassana

Uit Dharma-Lotus
Ga naar: navigatie, zoeken
Meditatie bij de Bodhi-boom in Lumbini, Nepal. Hier is Gautama de Boeddha geboren
Afbeeling van gautama de Boeddha in meditatie-houding

Vipassana (inzichtmeditatie) is een techniek die haar oorsprong vindt in Gautama de Boeddha die deze techniek ontwikkelt en uitgelegd heeft in zijn 8-voudige pad en de Maha Satipatthana Sutta. Binnen de vipassana observeren we de lichamelijke en geestelijke gewaarwordingen zoals wij die ervaren. Echter, wie is wij? Zijn wij het lichaam en zijn wij de geest? En als wij dat niet zijn, wat nemen we dan eigenlijk waar en wie neemt waar?

De Dharma leert ons dat we niet het lichaam en de geest zijn. Er is geen ik, geen mijn, geen ons en geen overtuiging. De ware natuur van wie we zijn is leegte (shúnyatã). Toch ervaren we allerlei gewaarwordingen in ons lichaam en onze geest en deze ervaren we als een verschijnsel waar we een bepaalde identificatie mee hebben. Onze ware aard mag dan wel leegte zijn, die leegte wordt opgevuld met onze identificatie wie we denken te zijn. En deze identificatie is een binding tussen het externe signaal en ons interne bewustzijn. We denken dat we diegene zijn die we in de spiegel zien, we denken een ik, mijn, ons en overtuiging te hebben en nodig te hebben. We identificeren ons ermee en proberen zaken in stand te houden die niet in stand te houden zijn. Zodoende creëren we de gewaarwordingen welk we continu ervaren. Bij vipassana observeren we deze gewaarwordingen en ontdekken dat deze opkomen en vergaan. Dat geen enkele verschijnsel en gewaarwording blijvend is. Dat de ware aard leegte is.

De Vipassana meditatie is het beste te leren binnen een 11-daagse retraite. Deze worden onder andere door ons georganiseerd. De Vipassana is dan ook het beste uit te leggen op basis van een retraite en het 8-voudige pad en zo zullen we dat ook doen in dit artikel.

Sillã

Sillã laat zich vertalen als vorm of houding. Een zuivere houding wordt mindfull genoemd en de techniek om dit te bereiken mindfulness. Vanuit welke vorm of houding begin je aan een meditatie? Wil je op een zuivere manier de meditatie starten, dan moeten de eerste 3 paden van het 8-voudige pad gevormd zijn:

  • zuiver spreken
  • zuiver handelen
  • zuiver levensonderhoud

Zuiver spreken

als je gaat mediteren dan ga je de Dharma, ware aard van het menselijk zijn, onderzoeken. Je betreedt een gebied waar geen visie, interpretatie, dogma, verwachting of leugen bestaat. Je kan niet mediteren als je niet eerlijk bent naar jezelf. Op een onzuivere manier gaan onderzoeken wat jouw ware aard is, is een contradictie. Spreek dus met jezelf af dat je op een eerlijke manier gaat mediteren. Vermijdt de pijnpunten niet en bedenk; je zult genoeg pijnpunten tegenkomen. Mediteren is een intense operatie op je totale zelf en alle mogelijke blokkades zullen vroeg of laat bovenkomen. Kom je ze tegen, ga het niet rationeel verbloemen, wegduwen of negeren maar observeer ze zoals ze zijn, neutraal.

zuiver handelen

Tijdens een retraite staat alles in het teken van de meditatie. Zo ook de rustmomenten, het eten, zelfs het douchen en het ontspannen rondlopen. In een ashram is er geen afleiding. Er zijn geen boeken, geen kunstobjecten en er is geen lawaai. Het eten is makkelijk verteerbaar en er heerst absolute stilte. Er wordt niet gesproken, niet aangeraakt en niet aangekeken, mannen en vrouwen zijn vaak gescheiden. Elke vorm van contact wordt voorkomen. In een dergelijke atmosfeer zijn de randvoorwaarden geschapen voor een goede meditatieperiode, gedraag je daar dan ook naar. Ga zelf de afleiding niet opzoeken, ga geen contact leggen, ga je niet vervelen. Zorg voor een uitgeruste start en voor kleding welk prettig zit. Probeer de meditatie te volbrengen en ga niet mijmeren, in trance geraken, slapen en laat je niet meevoeren door je eigen gedachtes of emoties. Ga op tijd naar bed, kom er niet op het laatste moment eruit, eet je niet helemaal vol en drink geen thee als afleiding. Dat is zuiver handelen.

zuiver levensonderhoud

Het lijkt of een zuivere of onzuivere levensonderhoud geen invloed kan hebben op de mate waarin jij de meditatie ervaart. Als je gaat mediteren wil je de ware aard van je Zijn ontdekken omdat je gemerkt hebt dat je in lijden verkeert. Je wilt dit lijden niet meer en daarom ga je diep in jezelf kijken waar de blokkades liggen en hoe jij als mens functioneert. Maar hoe kan je het lijden in jezelf laten verdwijnen als je zelf de bron bent voor lijden bij andere mensen? Voor een huurmoordenaar is een retraite onzin als hij zijn baan geweldig vindt. Gautama de Boeddha vroeg zijn toehoorders te kijken naar hun gehele sociale status om te zien of daar op het eerste gezicht geen bronnen van lijden in zouden kunnen zitten. Zaten die erin, dan vroeg hij die personen eerst dit probleem op te lossen alvorens een retraite te beginnen.

Samãdhi bhãvãna

Afbeelding van een mediterende Boeddha in Belum Caves, Andhra Pradesh, India.

De eerste meditatie is doorgaans in de avond van de 1e dag, na het gezamenlijk diner. Hier wordt je gelijk de basis van Samãdhi bhãvãna uitgelegd en dat is het neutraal observeren van de ademhaling: ãnãpanasati. Deze oefening wordt in de ãnãpanasati-sutta als volgt omschreven:

Tijdens de langdurige inademing weet de monnik: “langdurig adem ik in”, en bij de langdurige uitademing weet hij: “langdurig adem ik uit”.- “Terwijl ik heel mijn lichaam ervaar, zal ik uitademen”- aldus oefent hij zichzelf: “terwijl ik heel mijn lichaam ervaar, zal ik inademen”, aldus oefent hij zichzelf. “Het functioneren van mijn lichaam breng ik tot rust terwijl ik uitadem”, aldus oefent hij zichzelf; “Het functioneren van mijn lichaam breng ik tot rust terwijl ik inadem”, aldus oefent hij zichzelf.- terwijl ik de extase ervaar” …”terwijl mijn geest wordt verkwikt”… “terwijl ik het gevoel van welzijn ervaar”… “’terwijl mijn geest concentreert”… “terwijl ik mijn geest vrij maak”… “terwijl ik het vergankelijke beschouw”… “terwijl ik de onthechting overpeins”… “terwijl ik over de verlossing contempleer”… “terwijl ik nadenk over het laten gaan, zal ik inademen”, aldus oefent hij zichzelf.

Elke meditatievorm heeft een observatiegebied. Dit kan een mantra zijn of een visualisatie, een verhaal (geleide meditatie) of iets anders. Bij de ãnãpanasati is het de ademhaling welk je neutraal observeert. De reden waarom we zuiver de ademhaling uitkiezen als observatiegebied is divers:

  • de ademhaling is altijd bij je kan deze overal en ten aller tijden observeren. Een mantra reciteren kan niet tijdens een bespreking en een visualisatie gaat niet tijdens cognitieve arbeid.
  • de ademhaling is een brug tussen rūpa (object) en nãman (bewustzijn). Je kan proberen de ademhaling te reguleren, maar niet constant. En op het moment dat je vergeet bewust de ademen gaat de ademhaling onbewust gewoon door. Daarmee is het tegelijk een vergelijk met de menselijke wil die ook dingen probeert te reguleren terwijl deze ook gewoon doorgang hebben als we ze loslaten. Dit besef krijgen we als we gaan mediteren op de ademhaling.
  • de ademhaling is een indicator van onze geestelijke en emotionele staat. Als we boos zijn veranderd de ademhaling, zo ook bij elke andere emotie of gewaarwording .
  • tijdens de meditatie proberen we neutraal en objectief te observeren. Dit kan alleen als we een neutrale objectie nemen als meditatie. We kennen geen voorkeur of afkeer naar de ademhaling. De ademhaling IS.
  • tijdens de meditatie blijf je in het nu en je laat je niet afleiden door verleden en toekomst. De ademhaling is altijd in het NU.

Binnen verschillende centra en door verschillende leraren worden verschillende manieren van de ãnãpanasati uitgelegd. De verschillen zijn niet groot en de uitwerking is eender. Het is fijn dat er meerdere manieren zijn aangezien een ieder zijn eigen manier erin kan vinden. De verschillen zijn:

  • in de ãnãpanasati-sutta wordt aangeraden de ademhaling te tellen. De kans op afleiding (door bijvoorbeeld een gedachte) is hierdoor veel kleiner. De kans op een trance is echter groter en verder in de meditatie zal je het tellen los moeten gaan laten.
  • de Vipassana-leer welk door Sayagyi U Ba Khin overgebracht is aan S.N. Goenka laat je concentreren op de ademhaling in de neus- en keelgebied. Dit is een betrekkelijk klein observatiegebied, wellicht te klein voor een beginner.
  • In de Thaise traditie is de onderkant van de ademhaling het observatiegebied. Je observeert het rijzen en dalen van de buik veroorzaakt door de ademhaling.
  • vanuit de tantristische meditatie beginnen we met observeren van de 4 stadia van de ademhaling: inademing, overgang in- naar uitademing, uitademing, overgang uit- naar inademing.

Ongeacht welke methode je toepast, zeer belangrijk is dat het geen ademhalingsoefening is. Je activeert de ademhaling niet, je stuurt hem niet. Je observeert alleen de ademhaling zoals deze is. Je observeert de Dharma van de ademhaling:

  • is de ademhaling onrustig, observeer de onrust van je ademhaling
  • is de ademhaling oppervlakkig, observeer dit
  • is er een hikje in de ademhaling, observeer dit hikje

Je observeert dus enkel en alleen de ademhaling zoals deze zich NU gedraagt. Weet dat de ademhaling zich altijd aanpast aan je gehele gestel (holistisch lichaam). Je ademhaling is bijvoorbeeld veel actiever als jijzelf actief bent. Nu zit je in zazen dus fysiek ben je niet actief. Maar psychisch en emotioneel kan je nog steeds zeer druk zijn, en deze drukte heb je niet geheel onder controle. Sterker nog, nu je mediteert lijkt het wel of de gedachtes alleen maar toenemen en omdat je actief bezig bent zal de ademhaling navenant aanwezig zijn. Omdat je op een neutrale wijze deze ademhaling observeert verraad deze ademhaling dat je actief bezig bent. Deze observatie zul je nooit kunnen doen als je de ademhaling zou aansturen. Binnen de ãnãpanasati sturen we dus nooit de ademhaling maar observeren we enkel en alleen de ademhaling zoals deze zich NU gedraagt.

Het observeren van dit proces is je arbeid voor de 1e en 2e dag. Je hebt zeker meerdere meditatie sessies nodig om dit de ãnãpanasati goed te kunnen. Uitgaande van een retraite (maar bij individuele meditatiesessies thuis zal het niet veel anders zijn), zijn de opstakels welk zich snel aandienen:

obstakel 1: houding

Tijdens de retraites van S.N. Goenka mediteer je meer dan 10 uur op een dag. Iedereen, ook de ervaren leerlingen, stoeit de eerste 2 dagen met z’n houding. Je krijgt een houten kont, je rug gaat pijn doen en je benen willen van alles behalve in een lotus zitten. Je darmen kunnen gaan opspelen, voeten gaan slapen en je schouders trekken. Het fysieke lichaam geeft dus genoeg aanleiding tot afleiding. Dit zal zo zijn tijdens een dergelijke retraite, maar ook als je een enkele sessie thuis doet. Zorg voor een goede fysieke houding. Probeer niet in een mooie houding te zitten als dit jouw houding niet is. Pak een stoel als je pijn in je rug ervaart, speel met kussens en verzit tijdens een sessie 1 of 2 maal. Als je 3 houdingen kunt aannemen kan je tijdens een sessie afwisselen. Wees niet bang je omstanders te bezwaren als je gaat verzitten, als zij zich laten afleiden door jou zitten zij niet zuiver in hun meditatie.

obstakel 2: gedachten

In het hoofdstuk ‘ontstaan der emoties” wordt beschreven waar de gedachte vandaan komt. Een gedachte krijg je niet zomaar stil maar ik stilte merk je wel op hoeveel gedachten je eigenlijk hebt. Je observatiegebied is duidelijk; de ademhaling. Je mediteert op de ademhaling en voor je het weet ben je al afgeleidt door een gedachte. Nogmaals proberen, je weer richten op de ademhaling en nog geen minuut later ben je weer met een gedachte bezig. Het is bijna schokkerend hoe kort we ons kunnen richten op het observatiegebied en hoe snel we afgeleid zijn. En ook hoeveel gedachten er wel rondtollen in ons hoofd. Het is een harde confrontatie, te beseffen hoe weinig controle we eigenlijk hebben over ons Zijn. Dit alles kan je gaan ontmoedigen en als je je wel laat ontmoedigen, dan zal je nieuwe gedachten gaan aanmaken:

  • waarom doe ik dit eigenlijk?
  • kan ik mijn tijd niet beter gebruiken, kan ik niet beter stoppen?
  • iedereen om mij heen zit stil, ik kan dit gewoon niet, dit is niets voor mij?!

obstakel 3: gemoedstoestanden

Lijken gedachten al ongrijpbaar en onstuurbaar, gemoedstoestanden zijn dat helemaal. In het dagelijks leven zijn we al onderhevig aan verschillende gemoeden; opeens ben je chagrijnig terwijl er geen enkele aanleiding toe is. Of je bent prikkelbaar zonder reden. Of je voelt je heel blij en opgetogen ook al zit het ogenschijnlijk tegen. Waarom voel je je zoals je je voelt? Binnen de meditatie komen deze gemoedstoestanden ook voorbij. Alleen nu, omdat je in zazen zit, lijken ze helderder en inzichtelijker en daardoor heftiger.

obstakel 4: afleiding

Monniken in groepsmeditatie
Dhyana Tapasya Meditating at Dawn.jpg

Houding, gedachten en gemoedstoestanden. Het zijn allemaal afleidingen die ons parten spelen en ervoor zorgen dat we ons niet kunnen richten op ons observatiegebied. We hebben er geen enkele controle over en dat kan je mateloos irriteren. En als je dan eindelijk je geheel en al kan richten op je observatiepunt is er altijd wel de muziek van de onderburen, de piep in de neus van je buurman of die tikkende klok die je weer afleidt. Bedenk wel, je zit al in een omgeving waar zeer veel factoren van afleiding afwezig zijn, en nog steeds laat jij je afleiden. Hoe doe je dat dan in samsãra? De meditatie staat niet los van samsãra maar laat je zien wie je daadwerkelijk bent. En dat is fundamenteel iemand anders dan zich in samsãra manifesteert.

Laat dit je niet ontmoedigen, juist niet. Het dient je te sterken in je meditatie. Ontdek zelf waarom je zoveel gedachten heb en waar ze vandaan komen. Er is namelijk wel degelijk een manier om ze te gaan controleren en ze stil te krijgen. Dit komt echter pas dieper in de meditatie. De eerste dagen zijn zwaar, niemand zal dat ontkennen. Het is een proces van spanning naar ontspanning en dat vergt inspanning. Gautama de Boeddha haalde dit speciaal aan toen hij sprak over het 4e pad binnen het 8 voudige pad: de zuivere inspanning. Zoals hij het zelf omschreef (cursieve tekst):

De zuivere inspanning is het vermijden van negatieve kalãpa’s, (Dit verwijst dus naar de zuivere houding en door goed een retraite in te stappen…)

deze opgeven als ze opkomen (ga niet mee met de gedachten, emoties of welke afleiding dan ook…)

behoud van heilzame kalãpa’s (blijf bij je observatiegebied en blijf je richten op de positieve uitwerking van de meditatie. Alleen zo kan je dieper in je meditatie komen.)

en deze ons eigen maken. (uiteindelijk moet datgene je doet en ervaart binnen de meditatie een blijvende indruk achter laten in ons Zijn. Sterker, je bent al datgene je herkent binnen de meditatie. Je ontdekt namelijk de Dharma van wie je bent. Dat moet blijvend zijn omdat het reeds blijvend is.)

Accepteer dus dat je afleiding hebt . Als je een sessie gaat doen van 75 minuten mag je in het begin blij zijn als je effectief 10 minuten daadwerkelijk hebt gemediteerd. In de rest van de tijd heb je lopen worstelen en stoeien en dat geeft allemaal niets, het is een onderdeel van het proces. Zolang je maar, indien je opmerkt dat je bent afgeleid, terug gaat naar je observatiegebied. Wordt niet boos of teleurgesteld als je weer afgeleid bent. Overal waar je energie in stopt groeit en boosheid is energie. Richt je deze boosheid naar de afleiding dan zal de afleiding alleen maar groter en sterker worden. Accepteer dat je bent afgeleid en doe er verder helemaal niets mee. Ga terug naar je observatiegebied en begin opnieuw.

Vipassana bhãvãna

Naar gelang de meditatie vordert zul je opmerken dat de ademhaling meer is dan de ademhaling alleen. Je observeert de ademhaling als geheel of een deel ervan en je doet dit zo neutraal mogelijk. Als je dit doet merk je op dat in de ademhaling verschillende gewaarwordingen aanwezig zijn . Sommige duren kort en andere duren lang. Sommige zijn zeer duidelijk en anderen zijn dat niet. Sommige zijn te benoemen en anderen zijn dat niet.

Ga deze gewaarwordingen nu ook observeren. Vanuit je observatiegebied (de ademhaling) richt je je op een observatiepunt (een gewaarwording), maar doe dat kort. 1 á 2 seconde, lang genoeg om de gewaarwording bewust op te merken en te kort om je erin te verliezen. Je hoeft ook niets met deze gewaarwording, je hoeft er geen oordeel aan te geven, je hoeft het niet te benoemen, je hoeft het niet te lokaliseren of te tellen, je doet er helemaal niets mee. Kijk er gewoon naar, voor een kort moment en ga daarna weer terug naar je observatiegebied. Doet zich een andere gewaarwording zich voor dan observeer je deze ook voor een kort moment, etcetera. En bedenk, alles kan een gewaarwording zijn, je hoeft het ook niet te benoemen, je wordt het alleen gewaar. Observeer het voor 1 á 2 seconde en ga weer terug naar het observatiegebied.

Zijn er meerdere gewaarwordingen tegelijkertijd, ga ze dan niet tegelijk observeren maar kies de kleinste uit. Als je steeds de grootste uitkiest train je jezelf niet in scherpte en dit moet wel. Kies de kleinste gewaarwording uit en observeer deze. Lukt het om neutraal deze gewaarwordingen te observeren, blijf er dan eens wat langer. Blijf een bewaarwording observeren en merk op wat deze doet. Je zult opmerken dat deze varieert en continu veranderd. Zelfs een pijn kan variëren in zeurende, stekende of jeukende pijn. Het gebied vergroot of verkleint totdat de gewaarwording helemaal is verdwenen.

Op het einde van de 2e dag begint het allemaal wat rustiger te worden. Het dagritme, de omgeving en alles begint vertrouwt te worden. Ook als je thuis dagelijks een sessie doet zal je merken dat na enige tijd het een stuk rust komt. Je lichaam begint te wennen aan de houding en je bent met de zuivere inspanning capabel om langer bij je observatiepunt te blijven en als je afgeleid bent sneller terug te keren. Hierdoor wordt je scherper. En dit uit zich in het opmerken van gewaarwordingen in het observatiegebied (de ademhaling) die je tot nu toe nog niet opgemerkt hebt. Toch waren ze er al die tijd al.

Vergelijk het met het kijken naar sterren. Je stapt vanuit een kamer vol licht (samsãra) de tuin in waar het nacht is (observatiegebied). Je gaat liggen in het gras en gaat naar de sterren kijken (meditatie). Je richt je helemaal op de sterren en tracht je niet te laten afleiden door alle geluiden afkomstig uit de kamer (zuivere inspanning). Je kijkt naar de hemel, wetende dat er sterren zijn, maar je ogen zijn nog zo gewend aan het licht dat je er maar een paar ziet. Dit zijn heldere sterren en duidelijk zichtbaar, maar verder zie je alleen maar de donkerte van de nacht. Wil je nu meer sterren gaan zien dan heb je iets nodig namelijk opmerkzaamheid. De zuivere opmerkzaamheid is het 5e pad van het 8 voudige pad. Hoe minder jij je laat afleiden (niet kijken naar de geluiden afkomstig uit de kamer, hierdoor zullen je ogen zich weer gaan wennen aan het vele licht) hoe langer je blijft kijken naar de sterrenhemel, hoe meer je ogen wennen aan het beperkte licht en hoe meer sterren je uiteindelijk zult gaan zien. Die sterren waren er altijd al, alleen zag jij ze nog niet. En het lijkt alsof er steeds meer sterren bijkomen, en ook die waren er al die tijd reeds aanwezig. Hoe langer je kijkt met de zuivere inspanning en de zuivere opmerkzaamheid, hoe meer sterren je zult gaan waarnemen. Sterren die er al die tijd al waren. je kunt je nu zelfs gaan richten op een donker gedeelte van de hemel en zelfs daar zie je op d’n duur sterren. Je bakent je observatiegebied af en maakt deze kleiner en nog steeds zie je sterren. Steeds meer en steeds meer. Hoe klein je je observatiegebied ook maakt, er blijven sterren komen.

Zo gaan we nu ook te werk in onze meditatie. We richten ons niet meer op de gehele ademhaling maar op een klein deel van die ademhaling en de gewaarwordingen binnen dat deel van de ademhaling. Laat dit bijvoorbeeld de neus zijn. We observeren alleen de in- en uitademing in de neus en de daar heersende gewaarwordingen.

Tot nu toe observeren we het gebied daar waar (een deel) van de ademhaling ervaren wordt. Dit wisselen we af met puntgerichte meditatie door een specifieke gewaarwording te observeren. Op de 3e dag verlaten we het gebied en richten ons helemaal op het punt in de neus daar waar we de ademhaling als eerste ervaren. Dit kan de neusopening zijn maar het kan ook het neusgehemelte zijn. Bij de inademing stroom koele lucht de neus in en ergens in de neus ervaar je dat als eerste. Maak hier je observatiepunt van.

  • is dit punt eender in de linker- en rechter neusgat?
  • is de luchtinstroom überhaupt gelijk in beide neusgaten?
  • is dit punt eender bij de inademing als bij de uitademing?
  • en is dit observatiepunt kleiner te maken?
  • wat is eigenlijk de gewaarwording welk ik voel in dit observatiepunt?

Omdat een observatiepunt kleiner is dan een observatiegebied moet je dus scherper kunnen mediteren; je moet meer sterren zien dan voorheen, je moet veel beter gewend zijn aan het donker. Ergens voel je de inademing in de neus al eerste. Maak nu dit gebied kleiner, zoek het centrum op. Probeer je zo te scherpen dat je een miniem klein stukje overhoud daar waar de adem werkelijk als eerste de neus aanraakt en blij vervolgens zo lang mogelijk bij dit punt.

Nu we aangeland zijn bij de puntgerichte observatie treedt er een valkuil op. We moeten niet apathisch en gefixeerd naar dit punt staren. Als we dat doen sluiten we de buitenwereld van ons af en dat is niet de bedoeling. De buitenwereld is aanwezig, maar op dit moment van geen enkel belang. Je kunt niet schrikken van een geluid, want je bent volledig aanwezig. Je kunt niet het besef van tijd kwijt raken want je bent volledig bewust. Je laat je echter niet afleiden want je bent volledig geconcentreerd. Niet overgeconcentreerd maar zuiver geconcentreerd. Het 6e pad van het 8 voudige pad gaat hierover; zuivere concentratie.

Als je het punt in de neus goed kunt lokaliseren, keer op keer, en je kunt ook gedurende langere tijd bij dit punt blijven, dan wordt het tijd voor de laatste fase van de ãnãpanasati; het observeren van het dantiën punt onder de neus; li-pin . Dit punt staat vrij van de ademhaling. Ook als je even niet ademt is dit punt voelbaar. Het is echter een minuscuul klein punt, te grote van een speldenknop en ligt ergens op de bovenlip onder de neus. Soms ligt het tegen of op het tussenneusschot of de randen van de neusgaten. Hij kan die bij iedereen een beetje anders liggen, maar hij ligt bij een persoon altijd op dezelfde plaats en je hebt er maar 1. Richt je nu helemaal op dit punt. Doe dit zowel binnen de zazen als ook daarbuiten in samsãra. Probeer in een omgeving met veel afleiding ditzelfde punt te ervaren en te blijven ervaren.

Samãdhi bhãvãna

De eerste 3 dagen van de retraite leer je de Samãdhi bhãvãna: concentratiemeditatie. We richten ons op de ademhaling middels de ãnãpanasati, het neutraal observeren van de ademhaling. Om dit te kunnen volbrengen hebben we drie eigenschappen nodig:

  • zuivere inspanning
  • zuivere opmerkzaamheid
  • zuivere concentratie

De samãdhi bhãvãna gaat altijd voor de vipassana bhãvãna of anders gezegd; de concentratiemeditatie gaat altijd voor de inzichtmeditatie:

  • je begint altijd met het observeren van de ademhaling
  • vervolgens observeer je de verschillende gewaarwordingen binnen de ademhaling
  • als er veel gewaarwordingen zijn (wat een teken is van een zuivere inspanning en opmerkzaamheid) maak je het observatiegebied kleiner, uiteindelijk observeer je de in- en uitademing in de neus
  • ga over naar de puntgerichte meditatie door het punt te observeren daar waar de ademhaling als eerste de neus aanraakt. Observeer het centrum van dit punt
  • ga als laatste naar je li-pin punt toe.

De ervaren beoefenaar kan in enkele seconden dit proces voeren. Is de inspanning en opmerkzaamheid zwak doordat je veel onrust in je hebt (houding, gedachten, gewaarwordingen) dan kan het allemaal wat langer duren. Ongeacht waar je zit in de meditatie of wat je observeert, het is goed. Het observeren van het li-pin punt is niet beter dan het observeren van de gehele ademhaling. Maak er dus geen wedstrijd van en wees niet teleurgesteld als de ene meditatie minder diep en effectief is (lijkt) dan de voorgaande. Vergelijk de sessies niet met elkaar. Dit zorgt enkel voor frustratie en dat is altijd onterecht. Forceer de meditatie ook niet. Ga je niet richten op het li-pin punt als je al moeite had de ademhaling in de neus te ervaren. Onthoud dat de meditatie doelloos is. Het enige wat je doet is de Dharma van wie je daadwerkelijk bent ontdekken en dat kan op alle niveaus.

Dag 4

Mooie houding in inzicht-meditatie
Abbot of Watkungtaphao in Phu Soidao Waterfall.jpg

Op de 4e dag wordt daadwerkelijk met vipassana begonnen. In de voorbije dagen heb je zelf ondervonden dat je gewaarwordingen hebt. Deze gewaarwordingen zijn overal en ze komen op en vergaan weer. Daarnaast heb je ondervonden dat door de zuivere inspanning, opmerkzaamheid en concentratie je in staat bent gerichter en scherper te observeren. Het zijn deze eigenschappen welk we nodig hebben bij de vipassana. De gewaarwordingen beperken zich niet tot het gebied van de ademhaling. Overal zijn gewaarwordingen, over het gehele lichaam. Tijdens de vipassana gaan we al deze gewaarwordingen observeren. Dit doen we stapsgewijs omdat als we het gehele lichaam als observatiegebied nemen, we alleen de grovere en duidelijk aanwezige gewaarwordingen zullen opmerken. De kleinere gewaarwordingen worden overschaduwd door de grotere en komen niet aan bod en zodoende trainen we onszelf niet in het scherper worden. Uiteindelijk moeten we de kleinste van de kleinste gewaarwordingen moeten opmerken.

Maak het observatiegebied dus kleiner. Begin bijvoorbeeld met het aangezicht en benader dit op dezelfde manier als voorheen bij de ademhaling en de gewaarwordingen binnen de ademhaling. Observeer het aangezicht en als je binnen dat gebied een gewaarwording ervaart, observeer deze dan. Komt er een andere gewaarwording, observeer deze, en de volgende. Maak geen volgorde, doe het niet volgens plan, ga niet van boven naar beneden en maak het niet logisch voor jezelf. Observeer alleen de gewaarwording welk je opmerkt. Blijf ook niet lang bij een gewaarwording hangen, je hoeft alleen maar op te merken. Hoe lang moet je naar een boom kijken om op te merken dat het een boom is? Ga van de ene gewaarwording naar de andere. Mocht het zo zijn dat het observatiegebied nog te groot is en dat er teveel gewaarwordingen zijn, maak het gebied dan kleiner. Doe eerst de linkerzijde van je aangezicht en dan de rechter. Blijf het gebied observeren net zolang tot je alle gewaarwordingen hebt aanschouwt.

de bodyscan

Zolang je bezig bent met het observeren van je aangezicht is elk ander deel van het lichaam niet van belang. Je kunt sterke gewaarwordingen in je voet voelen, accepteer dit. Je bent bezig de ware aard van je Zijn te observeren en als je iets opmerkt in je voet dan is dat zo. Ga dat niet wegduwen of negeren. Accepteer datgene er is. Dat wil niet zeggen dat je er iets mee moet, je moet er namelijk niets mee. Het is er, klaar. Blijf met je observatie binnen het gebied van meditatie, in dit geval het aangezicht. Observeer elke gewaarwording en ook daar hoef je verder niets mee te doen. Observeer het alleen, dat is alles. Je observeert het omdat je nu bij het aangezicht bent. Je bent niet bij je voet, dus observeer je die gewaarwording nu niet. Was je met je observatie bij je voet geweest, dan had je die bewuste gewaarwording kunnen observeren en had je gewaarwordingen in je aangezicht alleen maar geaccepteerd voor wat het is en verder niets. Zo ook in het dagelijks leven. Ga niet tegelijk meerdere dingen doen. Autorijden en schoenen strikken gaat niet samen. Begin er niet aan. Rij auto en merk op dat je schoenveter los zit. Je accepteert het als zijnde een gegeven en als je tijd hebt voor je schoen ga je de losse veter strikken. Dat zal zijn als je niet met autorijden bezig bent. Zo simpel is het.

We gaan nu een ronding c.q. circulatie maken over het lichaam waarbij we steeds stilstaan bij een observatiegebied om vervolgens in dat gebied de verschillende gewaarwordingen neutraal te observeren. Zie het als een scan welk je op jezelf uitvoert. De volgorde van observatiegebieden zijn :

  • vooraangezicht
  • rechterzijkant hoofd
  • achterzijde hoofd
  • linkerzijkant hoofd
  • voorkant nek (hals)
  • rechterzijkant nek
  • vachterzijde nek
  • linkerzijde nek
  • bovenkant romp (schouders, borstgebied)
  • middenstuk romp (zwaardvormig aanhangsel, schaambeen, flanken)
  • voorzijde bekkengebied
  • perineum
  • achterzijde bekkengebied, billen
  • onderrug
  • middenrug
  • bovenrug (schouders)
  • via de schouder tegelijk beide armen in. Vind je dit verwarrend, doe dan om en om. Ga als een hoepel om je arm heen en observeer aan alle kanten de bovenarm, elleboog, onderarm, pols, handen, vingers.
  • Via de handen de benen in, ook weer tegelijk of één voor één. Bovenbeen, knieën, onderbeen, enkel, voet, tenen.

Je hebt nu het gehele lichaam gescand en de verschillende observatiegebieden nauwkeurig op gewaarwordingen geobserveerd. De komende 2 dagen ben je bezig met dit scannen en dat doe je steeds van boven naar beneden. In eerste instantie zal je waarschijnlijk 1 scan in 1 meditatiesessie doen. Soms kom je niet eens klaar met 1 scan in 1 sessie. Ga niet te snel, dit zal een valkuil zijn waardoor je scherpte verliest. Laat je niet verleiden alleen de duidelijk aanwezig en grove gewaarwordingen te observeren, juist de kleine en subtiele gewaarwordingen sla je dan over. Gun jezelf de tijd om ook die te observeren. Gaandeweg zal het sneller gaan en raak je gewend aan deze nieuwe manier van mediteren. Mediteren klinkt heel rustgevend, maar je bent hard aan het werk. Neem tussen 2 sessie even een pauze, strek de benen, loop even naar buiten.

Op dag 6 zal je de scan vlugger kunnen maken. Eigenlijk maak je de scan niet, de scan maakt zichzelf, jij volgt enkel met je observatie. Vanaf nu gaan we ook een hele scan maken, ben je bij de voeten aangeland dan maak je dezelfde scan in tegenovergestelde richter terug naar het aangezicht. Dus aangezicht – voeten – aangezicht is 1 hele scan. Je zult steeds meer gaan merken dat de scan zichzelf begeleid. Jij volgt alleen maar. De scan van de armen en de benen is anders en we gaan nu op dezelfde manier het hele lichaam scannen. Alsof een hoepel met aan de binnenkant jouw observatie langzaam over je lichaam gaat vanaf de kruin naar beneden. Je scant dus tegelijk voor én achterzijde én linkerzijde én rechterzijde. Ter hoogte van de armen scan je tegelijk alle zijden van de romp en alle zijden van de linkerarm en alle zijden van de rechterarm. Zie ze niet als individuele onderdelen van je lichaam, zie het als 1 geheel. Doe de scan langzaam en rustig, je hebt alle tijd.

Nu we al enige dagen bezig zijn met deze vorm van meditatie gaan ons dingen opvallen. De gewaarwording is de ene kant van de medaille, de gevolgkant. Maar wat bevindt zich aan de andere kant; de oorzaakkant? Als het fysieke lichaam een klankbord is voor blokkades op het energetische lichaam dan heeft elke fysieke gewaarwording een energetische oorzaak. Je kan je dat nu bij elke gewaarwording gaan afvragen. Doe dat niet. De afgelopen dagen ben je meer en meer uit je ratio gekomen. Ga er niet opnieuw in met deze niet te beantwoorde vragen. Kwel je er niet mee want het is niet nodig en het heeft geen zin. Het klopt dat elke gewaarwording een oorzaak heeft, maar het is niet nodig de oorzaak te kennen. Een vlek op een broek heeft ook een oorzaak, maar je gaat niet elke vlek dusdanig analyseren om het oorzakelijk verband ervan te kunnen herleiden. In de wasmachine ermee en klaar. Hou je gedachten schoon van deze vraagstellingen. Dit is een belangrijke valkuil en Gautama de Boeddha wijde daar zijn 7e pad aan: zuivere gedachte.

vanaf dag 9

Schoonheid is slechts een millimeter dik. Je kijkt naar de huid van een persoon en het oordeel is daar. Bij het scannen observeren we het gehele lichaam, maar tot nu toe beperken we ons tot de buitenkant. De binnenkant is vele malen groter. De gehele inhoud van ons lichaam met al die organen, bloedvaten, spieren, botten, meridianen, chakra’s en nog veel meer dient ook aan een grondig onderzoek blootgesteld te worden. En daarom pakken we de scantechniek van enkele dagen hiervoor er weer bij en breiden deze uit. We gaan nu niet alleen de oppervlakte scannen, maar we gaan, als een plaat van observatie, dwars door ons heen:

  • van vooraangezicht naar het achterhoofd en terug
  • van de rechterzijkant van het hoofd naar de linkerzijkant en terug
  • van de voorkant nek naar de achterkant en terug
  • van de rechterzijkant nek naar de linkerzijkant en terug
  • van de voorzijde bovenkant romp naar de achterzijde bovenkant romp en weer terug
  • van de rechterarm door de romp naar de linkerarm en weer terug
  • van de voorkant middenstuk romp nar de achterzijde middenstuk romp en weer terug
  • van de voorzijde bekkengebied naar de achterzijde bekkengebied inclusief perineum
  • van de rechterkant bekkengebied naar de linkerkant en terug
  • van de voorkant benen naar de achterkant en terug
  • van de rechterzijkant benen naar de linkerkant en terug

Ook deze wijze zal op den duur vanzelf gaan in een hoepel van kruin – voeten – kruin waar het lichaam als plakjes gescand wordt door het gehele lichaam heen.

Vipassana zonder ãnãpanasati of scan

Ãnãpanasati is het neutraal observeren van de ademhaling. Dit is wat we de eerste 4 dagen van een retraite doen. Op de 4e dag gaan we de eigenlijke vipassana meditatie in door de observatie los te koppelen van de ademhaling en het lichaam vanuit de scan te observeren. Als er een gewaarwording in de vorm van een emotie, gemoedstoestand, gedachte of fysieke pijn verschijnt dan laten we deze; accepteer het maar doe er verder niets mee, dit alles onder het mom van: overal waar je energie in stopt groeit en overal waar je geen energie in stopt verdwijnt uiteindelijk vanzelf. Deze stelling gaat altijd op maar soms is een dergelijke gewaarwording dermate aanwezig dat het bijna ondoenlijk lijkt om het alleen maar te accepteren en er verder niets mee te doen. Alsof het je gedurende langere tijd voor de voeten blijft lopen tijdens je meditatie. Mocht dit zo zijn, observeer dan deze gewaarwording. Observeer de emotie, gemoedstoestand, gedachte of fysieke pijn op dezelfde manier waarop je een gewaarwording in de ademhaling hebt geobserveerd. Kijk er neutraal naar zonder het te benoemen en al helemaal zonder er een negatieve benoeming aan te plakken. Laten we als voorbeeld een fysieke pijn in de onderrug nemen. Observeer nu deze pijn zoals deze is, niet zoals jij hem ervaart wat deze ervaring is al gekleurd middels interpretatie. Door de neutrale observatie van de “pijn in je onderrug” kom je tot bepaalde inzichten:

  • het is niet de gehele onderrug die pijn doet
  • er zit een centrum in de pijn en de rest is uitstraling
  • pijn is een algemeen woord, wat voor pijn is het, is het pulserende pijn, trekkende of stekende pijn, voelt het beurs aan, diep in het lichaam of aan de oppervlakte, zijn het spieren of is het huid?
  • de pijn fluctueert, is niet constant, de pijn kan ook komen en gaan als golven
  • heeft jouw manier van observeren van invloed op de pijn?
  • als je de pijn observeert voel je dan ergens anders in het (holistische) lichaam een andere gewaarwording?

Deze vragen dien je in de meditatie te ervaren, je hoeft ze niet aan jezelf te stellen, het ratio doet in deze niet mee. Het zijn inzichten die je ontdekt, de stelling “pijn in de onderrug” blijkt een zeer beperkte stelling te zijn welk eerder niet dan wel klopt. Onderzoek dit.

Vipassana in samsãra

Vipassana is een prachtige meditatiemethode. Het is zowel simpel als doeltreffend, niet dogmatisch en het biedt je de mogelijkheid zelf te onderzoeken wat klopt en wat niet. Maar vipassana is geen methode welk zich beperkt tot de zazen, juist ook in samsãra is vipassana zeer goed toe te passen. De vipassana vraagt je namelijk om neutraal te observeren en dat is goed te doen in het dagelijks leven. Anders is het als je een mantra resoneert of een visualisatie doet, deze meditatiemethode is niet doenbaar tijdens een gesprek of als je iets aan het lezen bent. Maar neutraal observeren is altijd mogelijk. Datgene je observeert is wederom de ademhaling. Deze zal onder invloed van alle activiteiten gedurende de dag zeer variabel zijn maar ook het aangeraakt worden in je comfort- en angstzone zal aanleiding zijn tot een verandering in de ademhaling. Observeer dit en leer wat dit alles met het lichaam doet, hoe de reacties zijn.

Daarnaast kan je ook bepaalde handelingen neutraal observeren. Het is heel goed om dagelijks terugkerende activiteiten van begin tot einde grondig te observeren zoals het traplopen, tandenpoetsen of het aan- en uitkleden. Zorg dat de handeling welk je observeert relatief kort is, slechts enkele minuten en dat je meerdere keren per dag deze handeling doet. variaties binnen de vipassana

Gautama de Boeddha vertelde in verschillende manieren zijn Dharma lezingen, afhankelijk van zijn publiek. Zo gaf hij lezingen aan schriftgeleerden en aan kinderen, aan de adel en aan boeren. Er zijn vele verschillende soetra’s maar een goede lezer ontdekt dat vele dezelfde inhoud hebben en dat alleen de vorm anders is. Zo is dat ook met de vipassana meditatie. Ook daarin bestaan verschillende stijlen welk door Gautama de Boeddha geïntroduceerd zijn, allemaal qua vorm anders maar qua inhoud hetzelfde. We zullen 4 van deze stijlen gaan bespreken:

variatie 1 - neutraal benoemen

Deze variatie wordt ook wel de Thaise methode genoemd, we gaan datgene we neutraal waarnemen neutraal benoemen. Ook hier hebben we een observatiezone; de buikademhaling. We ervaren en rijzen en dalen van de buik middels de ademhaling. Heb je moeite om deze te ervaren dan mag je een hand op je buik leggen om dit rijzen en dalen te ervaren. Met ieder inademen rijst je buik. Met ieder uitademen daalt je buik. Dit benoem je rationeel en neutraal:

  • de buik rijst - rijzen
  • de buik daalt - dalen

Wat rijst en daalt? De buik rijst en de buik daalt. Maar ga niet in op de details, maak het kort, hou het simpel. Daarom zeggen we: 'rijzen', 'dalen', en je gaat meteen verder. Je hebt geen tijd voor iets anders.

  • ‘rijzen’
  • ‘dalen’
  • ‘rijzen’
  • ‘dalen’

Dit is wat het is. Er is geen interpretatie, geen mening, geen oordeel en geen verwachting. Datgene je waarneemt is aan geen enkele discussie onderhevig, het is feitelijk en daarmee neutraal. Dit rijzen en dalen is je observatiegebied gedurende de gehele vipassana meditatie. Wanneer je nu een geluid hoort maak je een mentale notitie: 'horen', 'horen' - Hiermee ontkoppel je de identificatie tussen horen en geluid en ben je bezig je terug te trekken. Wanneer een gedachte opkomt valt deze buiten het observatiegebied. Zeg eerst 'nee' tegen jezelf, en maak een rationele notitie: 'denken', 'denken', zodat je lost komt van de gedachte die op je afkomt. Je bent niet geïnteresseerd waar de gedachte over gaat, of het een boeiende gedachte is of niet. Wát je denkt doet niet ter zake. Het object voor je opmerkzaamheid is alleen maar je gedachte, zien dat je geest denkt.

Dit kan ook met emoties en gemoedstoestanden. Als deze opkomen zeg dat weer eerst ‘nee’ tegen jezelf en maak vervolgens een rationele notitie: ‘verdriet’, verdriet’ als dit verdriet is of; ‘blij’, ‘blij’ als je blijdschap voelt. Je maakt al deze rationele notities met betrekking tot de zes zintuigen: oog, oor, neus, tong, lichaam en intuïtie. Ieder moment heb je zintuiglijk contact, en daar moet je iets mee doen. Wat kun je ermee doen? Je terugtrekken; accepteer dat ze er zijn maar doe er niets mee. Eerst zeg je: 'nee'. Iedere keer zeg je: 'nee'. Je zegt 'nee' om er niet op in te gaan, om je terug te trekken uit het zintuiglijke contact. En terugtrekken uit het zintuiglijke contact is in retraite zijn. Zorg dat het geen vluchten wordt, geen verdrijven of wegduwen. Ga niet vanuit een boosheid ‘nee’ zeggen. Zeg neutraal ‘nee’ en benoem de gedachte of emotie eveneens neutraal, en zonder identificatie. Als je op deze wijze vipassana beoefent hoef je slechts ieder moment bewust en alert te zijn met betrekking tot het zintuiglijke contact. Dat is alles. Je stopt het contact niet, je gaat het contact niet uit de weg.

Je hebt één observatiegebied maar er zijn vele signalen van binnenuit en van buitenaf. Bij meditatie zijn wel altijd met één ding bezig, in dit geval het observeren van het rijzen en dalen van de buikademhaling. Er is geen ruimte voor een 2e observatiegebied. Komt er toch iets op je af, dan zeg je: 'Sorry, ik ben nu niet vrij, ik moet eerst dit afmaken'. Maar als iets zich heel sterk aan je opdringt, dan kun je zeggen: 'Eerst krijg jij aandacht, maar ik hou het kort'. Deze vipassana is geen wedstrijdje om te zien hoe lang je kunt blijven bij je 1e observatiegebied. Als een 2e zich zeer duidelijk aandient, observeer deze dan, maar zorg dat je die keuze zelf maakt. Jij blijft de baas en niet de signalen welk op je af komen. Wanneer iets opkomt wat heel erg je aandacht opeist, stop je met wat je aan het doen was, en ga je dát benoemen.

Je zit en registreert het rijzen en het dalen, maar je hebt pijn aan je knie, en dit eist veel van je aandacht. Kun je nu altijd bij het rijzen en dalen blijven? Nee, dat kun je niet, je bent ook maar een mens. Er is pijn en er zijn andere gevoelens: je kunt onder deze omstandigheden jezelf niet dwingen om de gehele tijd bij het rijzen en dalen te blijven. Of soms hoor je een sterk geluid. Je kunt niet zeggen dat je het niet wilt horen. Je hoeft dan niet langer bij het rijzen en dalen te zijn, maar bij datgene wat op dat moment je aandacht opeist. Het kan een gevoel zijn of het kan horen zijn. Maar slechts één object tegelijkertijd, vergeet dat niet. Je kijkt dus naar je knie, je herkent de pijn, en wanneer je mediteert zeg je bij jezelf: 'pijn', 'pijn'. Zou je dit nu niet doen, dan zou je gaan verzitten om de pijn te verlagen. Je bent dan niet meer in meditatie omdat de pijn controle over jou heeft. Je reageert niet op de pijnprikkel (door te gaan verzitten) maar je maakt een rationele notitie: ‘pijn’, ‘pijn’ en zodoende zal de pijn verdwijnen. Door de rationele notitie te maken voorkom je de identificatie met het signaal. Daarom is het van belang dat deze notitie zo neutraal mogelijk is.

'Ik heb pijn, mijn lichaam is pijnlijk.' Is een niet neutrale observatie, dit is geen vipassana, geen puur bewustzijn omdat je bewustzijn gemanipuleerd wordt door identificatie. Je bent op dit moment de identificatie tussen het object en het bewustzijn en ziet dit als het ik, de pijn zit in het ik en zodoende identificeer je je ook met de pijn. Benoem het dus alleen als ‘pijn’, ‘pijn’ en dat is wat het is, ga er niet verder over filosoferen. Beschouw het geheel als neutraal en heb ook geen wens tot verlossing van de pijn. Dan zou je alsnog een identificatie maken met de pijn. Daarom noteren en benoemen we in deze meditatietechniek: 'pijn', 'pijn'. Je negeert de pijn niet. Je weet dat er pijn is, je hebt weet van deze gewaarwording in je lichaam: 'pijn', 'pijn'. Je ziet de pijn in je geest: 'pijn', 'pijn'. Je vestigt je bewustzijn, je aandacht erop. Zeg 'pijn', 'pijn', iedere keer tot je ziet dat er geen gevoelens meer bij komen. Je hebt voor dat moment volledig gewaarzijn en bewustzijn, omdat je bewustzijn niet gemanipuleerd wordt door je gevoelens. Het bewustzijn welk je hebt, dat je de pijn kunt herkennen, is niet gemanipuleerd door pijn. Als de manipulatie ophoudt heb je een ander soort bewustzijn, niet meer het bewustzijn dat identificatie heeft met pijn, maar een bewustzijn dat alleen maar pijn herkent. Accepteer dat er pijn of lijden is, dat het werkelijkheid is, en je bent in staat om een tweede aandacht, een tweede bewustzijn te hebben, zonder gevoelens voor de pijn, en ook zonder gevoelens voor iets anders.

Het gebeurt soms dat er geen rijzen en dalen meer is. Op dat moment stop je het noteren en benoemen zoals je het gewend bent. Je blijft met je bewustzijn nauwkeurig bij wat je nu ziet in je situatie, met een zuiver bewustzijn: 'weten', 'weten,' 'zien', 'zien.' Ook als er vreemde dingen met je gebeuren, zoals wanneer je je ziek voelt, of wanneer je je lichaam voelt verdwijnen, blijf je in het gewaar zijn van het zuivere bewustzijn. Voor het verkrijgen van de verlichting is wát je hoort of wát je ziet niet belangrijk. Je blijft gewoon bij het gewaar zijn van wat je hoort of ziet en je verbreekt de band. Totdat je het allemaal echt doet, en dan ben je klaar. Vanaf dan gebeurt het gewaar zijn geheel vanzelf, zonder dat je er iets van meeneemt, zonder dat je er nog pogingen voor onderneemt. Volmaakt. Niets meer om te proberen, niets meer om te vermijden, niets meer om weg te willen krijgen, niets meer om van weg te willen, niets meer om naar toe te gaan.

variatie 2 - stiltemeditatie

Je hebt geleerd je te concentreren op je observatiepunt en deze neutraal te observeren. Je hebt geleerd alle gewaarwordingen buiten het observatiegebied te accepteren en er vervolgens niets mee te doen. Dit gaan we nu beoefenen in een extreme situatie, je gaat gedurende 1 meditatiesessie van 75 minuten deze geheel onbeweeglijk doormaken. Ga zitten zoals je wenst te zitten, zodra je goed zit blijf je in deze houding en mediteer. Beweeg niet, doe niet je ogen open, draai niet je hoofd, krabbel geen jeuk weg, trek niet met je mond, beweeg je benen bij kramp niet, zit helemaal stil alsof je een beeld bent. Doe dit niet vanuit kracht maar vanuit overgave, geef je helemaal over aan de meditatie. Dit levert zeer veel op. Kan je normaal moeiteloos een sessie rustig en onverstoord zitten, nu krijg je al binnen enkele minuten jeuk, kramp en pijn. Je wenst te bewegen maar het ‘mag’ niet. Waarom kan je het nu niet en anders wel? En ook als je wel een sessie stil kan blijven zitten, was er dan ook nog sprake van (diepe) meditatie of was je bezig stil te blijven zitten? In een retraite van 6 uur meditatie per dag doen we 1 stiltesessie. In een retraite van 11 uur meditatie per dag doen we er 2. Mediteer je thuis eens per dag, doe dit dan 1 á 2 keer in de week. Doe het een hele sessie lang, het heeft geen zin om in 1 sessie een blokje van 10 minuten te creëren waarin je stil gaat zitten.

Lezing over meditatie op YouTube