Banner-wiki.png

5 khanda's

Uit Dharma-Lotus
(Doorverwezen vanaf 5 aggregaten)
Ga naar: navigatie, zoeken

Meditatie mini-retraite.png
Meditatie retraite.png
Voetsporen vd Boeddha.png

De 5 khanda's (5 geledingen van het toe-eigenen) worden gezien als voeding voor de instandhouding van wezens die al ontstaan zijn en voor ondersteuning van hen die geboorte zoeken. (Pali-canon: Mahã-Tanhãsankhaya-Sutta, MN 38, i 261, 15). Letterlijk wordt hier uitgelegd waar het individuele concept, het Ik-bewustzijn, uit bestaat. De 5 khanda's zijn:

  • rüpa: materie of fysieke vorm
  • vedanã: gewaarwording
  • sañña: cognitie
  • sankhara: conditioneringen/drijfveren
  • viññana: perceptueel bewustzijn

Deze 5 khanda's vormen tezamen het idee dat er een individuele ik-persoonlijkheid is. Terwijl we juist zelfloos zijn.

Nãman (waar de signalen van het bewustzijn binnenkomen) en Nirvana (rust) vallen buiten de khanda's omdat ze niet behoren tot het ik-individu. De 5 khanda's hebben geen oplopende volgorde en verhouden zich als volgt met elkaar:


rüpa viññana vedanã sañña sankhara
ogen oogbewustzijn zien kleur mooi/lelijk
oren oorbewustzijn horen geluid mooi/lelijk
tong tongbewustzijn proeven smaak lekker/vies
neus neusbewustzijn ruiken geur lekker/vies
tastzin tastzinbewustzijn voelen object prettig/onprettig
gevoel gevoelbewustzijn aanvoelen sfeer prettig/onprettig


Rüpa: materie of fysieke vorm

Rüpa bestaat uit 4 elementen en het lichaam dat daaruit is opgebouwd. Elk element kan inwendig en uitwendig zijn (Pali-canon: MN 28, i 185, 5) maar rüpa is altijd neutraal.

inwendig element aarde

Dit is alles wat tot het lichaam behoort en hard en solide is: haren, nagels, tanden en kiezen, huis, vlees, pezen, botten, organen, darmen, ingewanden, vliezen, ontlasting en wat verder bij het lichaam hoort en hard en solide is.

inwendig element water

Dit is alles wat tot het lichaam behoort en waterig, vloeibaar en materieel is: gal, slijm, pus, bloed, zweet, vet, tranen, talg, speeksel, snot, gewrichtsolie, urine en wat verder bij het lichaam hoort en waterig, vloeibaar en materieel is.

inwendig element vuur

Dit is alles wat tot het lichaam behoort en vuur, vurig en materieel is: het verteringsproces, het proces van temperatuurhandhaving, het verouderingsproces, passie en wat verder bij het lichaam hoort en vuur en vurig is.

inwendig element lucht

Dit is alles wat tot het lichaam behoort en lucht, luchtig en materieel is: omhooggaande winden, omlaaggaande winden, lucht in de buik, lucht in de maag, lucht in de holten, in- en uitademing en wat verder bij het lichaam hoort en lucht en luchtig is.

uitwendige elementen

Dit is alles wat zich buiten het lichaam bevind en tot een van de elementen behoort. Zoals bij aarde: hard en solide is maar wel tot het lichaam gerekend wordt. Vanuit de andere khanda's is er dus een geladen contact met de uitwendige vorm zoals alles wat in het -Mijn- of -Ons- past. Mijn fiets, mijn huis, mijn vrouw, mijn kinderen. Een vergelijkbaar geladen contact vind plaats bij water, vuur en lucht.

Vedanã: gewaarwording/gevoelens

Vedanã is de interpretatie nadat het bewustzijn een contact heeft gemaakt tussen nãman en rüpa. Er zijn 3 soorten vedanã: aangenaam, onaangenaam en neutraal en dit worden de gevoelskwaliteiten genoemd die alle psychische processen begeleiden.

Een aangenaam gevoel is aangenaam als het blijft, onaangenaam als het verandert.
Een onaangenaam gevoel is onaangenaam als het blijft, aangenaam als het verandert.
Een neutraal gevoel is aangenaam wanneer het als zodanig gekend wordt, onaangenaam als het als zodanig niet gekend wordt.

(Pali canon: Cüla-vedalla-Sutta, MN 44, i 302, 24).

Er bestaat een koan en die luidt: Stel er valt een boom om in een groot woud waar niemand is. Maakt het omvallen van die boom dan geluid? De oplossing van die koan is het inzicht dat er verschil is tussen nãman en vedanã ofwel tussen het geluid en horen. Er is niemand die met oorbewustzijn (viññana) waarneemt, maar dat neemt niet weg dat er nãman is. Nãman staat ook los van de khanda's en zodoende kan er geluid zijn zonder horen. In deze vergelijking wordt ook duidelijk dat nãman neutraal is en dat vedanã zowel neutraal als niet-neutraal is namelijk: aangenaam, onaangenaam en neutraal. Bij vedanã begint de dualiteit.

Sañña: cognitie

Daar waar bij vedanã de dualiteit begint, daar begint bij sañña de conceptvorming. We zien dingen als man, geel, mooi, groot of lastig en zien niet meer de onderlinge afhankelijkheid. Sañña omvat alle cognitieve processen van voorstelling, geheugen, fantasie, denken, informatieverwerking en verwerking van zintuiglijke prikkels. Sañña verwerkt de informatie die door viññana gegeven is.

Sankhara: conditioneringen/drijfveren

De drijfveren bestaan uit de factoren die ons activeren en dat zijn conditioneringen, reflexen en compassie.

conditioneringen

Een conditionering is een grens tussen onze comfortzone en onze angstzone over een bepaald onderwerp. Deze grens kan bewust en onbewust zijn, intern of extern gecreëerd, en kan (voor dit moment) juist staan of niet-juist staan. Een conditionering is altijd tijdelijk en uiteindelijk altijd onjuist.

reflexen

Reflexen zijn eigenschappen van het lichaam ter bescherming van het lichaam en zijn niet conditioneel zoals het hoofd afwenden als een vlieg je oog in dreigt te vliegen, de niesreflex, de drang om te ontlasten, reflexen van honger, dorst of slaap. Reflexen kunnen wel conditioneel gaan worden.

compassie

Een verlicht persoon heeft geen conditioneringen meer maar wel reflexen. Daarnaast zal diegene handelen vanuit compassie en dit zal voor hem een drijfveer zijn.

negatief karma

Karma (Pali) betekent letterlijk -daden- en sankara schept negatief karma. Sankara is niet hetzelfde als karma en karma is op zijn beurt in staat nieuw sankhara te scheppen. Sankhara is in deze de conditioneringen die wij onszelf opleggen zodat ons handelen conditioneel en niet vrij wordt. De persoon beperkt zichzelf dus en ziet alleen datgene wat binnen het smalle kader van de conditionering gebeurt. Daarbuiten gebeurt ook veel, maar dat wordt niet bewust waargenomen of het wordt wel bewust waargenomen maar afgewezen omdat het in de angstzone valt. Het smalle kader is het meemaak gebied van die persoon en omdat de conditioneringen (relatief) vast staan maakt de persoon ook continu hetzelfde mee. Pas als inzicht (pañña) verkregen is en de beperkende conditioneringen zijn weggehaald zal er meer ruimte ontstaan in een breder kader om naar te kijken en te ervaren. Karma is dus niet een rijtje lessen of straffen die afgehandeld dienen te worden. Negatief karma is het gevolg van sankhara.

Viññana: perceptueel bewustzijn

Perceptueel bewustzijn bestaat uit het bewust worden van dat wat zintuiglijk (oog, oor, neus, tong, tastzin, gevoel) waargenomen wordt. Het bewustwordingsmoment is dus perceptueel bewustzijn. Vervolgens gaat sañña deze informatie verwerken en en maakt er concepten van waaruit sankhara kan gaan ontstaan (negatief karma) of kan worden verwijderd (positief karma). positief karma Het bewustwordingsmoment levert een bewustwordingsproces op dat kan bijdragen aan het oplossen van sankhara en daarmee het oplossen van negatief karma. Pas als inzicht (pañña) verkregen is en de beperkende conditioneringen zijn weggehaald zal er meer ruimte ontstaan, een breder kader om naar te kijken en te ervaren.

Zelfloosheid

Hetgene waarvan we denken dat wij zijn, ons ik, ons karakter, onze individualiteit, onze persoonlijkheid, datgene wat ons maakt en afzonderlijk is, bestaat uit de 5 khanda's: materie/fysieke vorm, gewaarwordingen/gevoel, cognitie, drijfveren en bewustzijn. Al deze 5 khanda's zijn echter niet wie wij zijn en zijn niet het ik. Dit ten diepste realiseren levert uiteindelijk de ware realisatie/verlichting op. In de Pali-canon staat het als volgt omschreven:

':Welnu, een onderrichte, edele leerling, die acht slaat op de edelen, die op de hoogte is van de leer der edelen, die goed getraind is in de leer der edelen, die acht slaat op de goede mensen, die op de hoogte is van de leer van de goede mensen, goed getraind is in de leer van de goede mensen,

beschouwt het lichaam niet als het zelf,
het zelf niet als in het bezit van het lichaam,
het lichaam niet als in het zelf en het zelf niet als in het lichaam;
hij beschouwt de gevoelens niet als het zelf,
het zelf niet als in het bezit van de gevoelens,
de gevoelens niet als in het zelf en het zelf niet als in de gevoelens;
hij beschouwt de cognitie niet als het zelf,
het zelf niet als in het bezit van de cognitie,
de cognitie‚ niet als in het zelf en het zelf niet als in de cognitie;
hij beschouwt de drijfveren niet als het zelf,
het zelf niet als in het bezit van de drijfveren,
de drijfveren niet als in het zelf en het zelf niet als in de drijfveren;
hij beschouwt de gewaarwording niet als het zelf,
het zelf niet als in het bezit van de gewaarwording,
de gewaarwording niet als in het zelf en het zelf niet als in de gewaarwording.
Zo, monnik, ontstaat de visie dat er geen persoonlijkheid bestaat.

(Pali canon: Mahã-Punnama-Sutta, MN 109, i 18, 11)