Banner-wiki.png

Bewustzijn

Uit Dharma-Lotus
Ga naar: navigatie, zoeken

Meditatie mini-retraite.png
Meditatie retraite.png
Voetsporen vd Boeddha.png

Bewustzijn is een term dat zeer vaak gebruikt wordt, maar wat is het nu precies. De boeddhistische dharma geeft een heldere beschrijving van wat bewustzijn is (zoals in Satipatthãna sutta: MN 10, Abhidhammattha Sanghaha I) en legt daarin uit dat bewustzijn bestaat uit 121 citta's.

Citta

Citta betekent de daad van het kennen en is op zichzelf vergankelijk en wordt gekenmerkt door opkomen en vergaan. Er is altijd slechts 1 citta actief en deze komt op, bestaat enige tijd en vergaat vervolgens. Tijdens het vergaan kan een andere citta reeds opgekomen zijn, enige tijd blijven bestaan en tegen de tijd dat het vergaat kan weer een andere citta opkomen, etc... Zo lijkt het op onbewust niveau dat er 1 citta is, terwijl het een schakel is van verschillende citta's achter elkaar.

De citta's zijn niet allemaal hetzelfde, hebben verschillende patronen en karakter en in de Abhidhammattha Sanghaha wordt er een classificatie gemaakt van de 121 citta's. Op zijn eenvoudigst gezegd is bewustzijn de optelsom van al onze zintuigen bij elkaar en onderdeel van het ego. De mens heeft 5 neurologisch gekoppelde zintuigen en 1 boven-werelds zintuig. Bewustzijn is niet positie bepaald, toch ervaren we (en vandaar uit zijn we overtuigd) dat het bewustzijn in het hoofd zit. Dit komt omdat 4 zintuigen in het hoofd gepositioneerd zijn (ogen, oren, tong en neus), de overige 2 (tastzin en gevoel) zijn onbepaald omdat ze in het gehele lichaam voorkomen. De ogen, oren, tong, neus en tastzin geven hun reacties aan het zenuwstelsel door die op zijn beurt een reactie doorgeeft aan de hersenen. Vandaar dat deze zintuigen neurologisch gekoppeld zijn. Gevoel is hetzelfde als intuïtie, aanvoelingsvermogen, fingerspitzengefühl en 3e-oog chakra.

(On)bewust waarnemen

Er zijn dus 6 typen van bewustzijn die allemaal hun eigen proces doorlopen. In elke situatie maakt een zintuig middels zijn bewustzijnstype contact met een situatie (rüpa). Zowel het zintuig als rüpa en het bewustzijnstype zijn neutraal. Er kunnen nu tijdens dit contact 2 dingen gebeuren op 2 verschillende manieren:

onbewust, geladen contact

Bij een onbewust contact is de persoon zich niet bewust dat het contact plaats vindt. Hoe bewust je ook bent, dit vindt in de meeste contactmomenten plaats. Stel je praat al geruime tijd met iemand. Doe dan je ogen dicht en probeer precies te herinneren welke kleren in welke kleuren en combinatie de persoon aan heeft. Nadat je de ogen weer geopend hebt zul je moeten vaststellen dat je dingen bent vergeten. Op 1 moment komen er naar schattig 60.000 signalen binnen bij onze 6 zintuigen. Je bent je er maar van enkele bewust, de rest nemen de zintuigen wel waar maar in onbewuste zin. Dat neemt niet weg dat de signalen een conditionering kunnen raken. In dat geval is er een geladen contact en gaan de 5 aggregaten werken. Je komt dus in een onbalans zonder te weten waarom. Afhankelijk van de conditionering ontstaat er:

  • vanuit begeerte een begeerte-emotie → begeerte-gemoedstoestand → begeerte-handelen en begeerte-gedachte
  • vanuit aversie een aversie-emotie → aversie-gemoedstoestand → aversie-handelen en aversie-gedachte

onbewust, ongeladen contact

Gelukkig worden we niet door alle 60.000 signalen conditioneel geraakt. Van het overgrote deel van de signalen die onze zintuigen waarnemen zijn we ons niet bewust en omdat ze geen conditionering aanraken merken we het ook op die manier niet. In het voorbeeld hierboven: je ogen nemen wel een gele lijn in de blouse van je gesprekspartner waar maar we zijn er ons niet bewust van en het doet ons ook niets.

bewust, geladen contact

Hoe scherper onze focus (concentratie + neutraliteit + observatie) hoe bewuster we worden van de gewaarwordingen. Maar ook de meest onbewuste mens neemt in bewuste zin signalen waar. Op het moment dat daar een conditionering op ligt gaan de 5 aggregaten-ontstaan der emoties werken en komen we in onbalans. Het is echter foutief te denken dat het in onbalans raken veroorzaakt wordt door de situatie. De situatie is zoals deze is en dus neutraal, alleen door de aanwezigheid van een conditionering geraken we in onbalans. bewust en ongeladen contact

Het spirituele proces zorgt niet alleen voor meer focus en zodoende een dieper bewustzijn maar het zorgt ook voor steeds minder conditioneringen. Als deze afwezig zijn is er geen geladen contact en blijven we neutraal. Daar zijn we ons echter bewust van en dit proces wordt mindfulness genoemd.

Bewustzijntypen

Omdat er 6 zintuigen zijn, zijn er ook 6 typen van bewustzijn die elk een activiteit genereren:

zintuig bewustzijnstype activiteit koppeling
ogen oogbewustzijn zien neurologisch
oren oorbewustzijn horen neurologisch
tong tongbewustzijn proeven neurologisch
neus neusbewustzijn ruiken neurologisch
tastzin tastzinbewustzijn voelen neurologisch
gevoel gevoelbewustzijn aanvoelen boven-werelds


oogbewustzijn

Oog-bewustzijn
Oor-bewustzijn
Tong-bewustzijn
Neus-bewustzijn
Tastzin-bewustzijn
Gevoel-bewustzijn

Voor een bewuste oogwaarneming zijn nodig: ooggevoeligheid, zichtbaar object, licht en aandacht. Dit zijn de basisvoorwaarden om contact te krijgen tussen nãman (het zintuig) en rüpa (de situatie). Blinde ogen zijn weliswaar ogen maar zijn niet gevoelig voor licht. Ooggevoeligheid is dus een voorwaarde. Aanwezigheid van object is niet voldoende als dit object niet zichtbaar is ook al is er licht. Er kan namelijk iets voor staan zodat het object niet zichtbaar is. Lichtval op het object is eveneens een voorwaarde en tot slot moet er aandacht zijn vanuit de persoon om het object bewust waar te nemen. Is er geen aandacht dan is er wel contact maar onbewust. De ogen zijn de zintuigen en het oogbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: zien. Deze interactie is volledig neutraal totdat een conditionering wordt aangeraakt. Op dat moment wordt het zien duaal en gaan we rüpa kwalificeren als mooi of lelijk. De opmerking: -het ziet er mooi uit- is dan ook een onjuiste omdat niet rüpa mooi is maar de interpretatie (vanuit de conditionering) van rüpa.

Een vergelijk is te maken met het oorbewustzijn, tongbewustzijn, neusbewustzijn, tastzinbewustzijn en gevoelbewustzijn.

oorbewustzijn

Voor een bewuste oorwaarneming zijn nodig: oorgevoeligheid, hoorbaar geluid, ruimte en aandacht. De oren zijn de zintuigen en het oorbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: horen.

tongbewustzijn

Voor een bewuste tongwaarneming zijn nodig: tonggevoeligheid, waarneembare smaak, vocht en aandacht. De tong is het zintuig en het tongbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: smaak.

neusbewustzijn

Voor een bewuste neuswaarneming zijn nodig: neusgevoeligheid, waarneembaar geur, lucht, aandacht. De neus is het zintuig en het neusbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: ruiken.

tastzinbewustzijn

Voor een bewuste tastwaarneming zijn nodig: lichaamsgevoeligheid, tastbaar object, vorm, aandacht. De tastzin is het zintuig en het tastzinbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: voelen.

gevoelbewustzijn

Voor een bewuste gevoelwaarneming zijn nodig: hartbasis, mentaal object, bhavangha, aandacht. Het gevoel is het zintuig en het gevoelbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: aanvoelen.

Bewustzijn is zelfloos

In de dharma wordt bewustzijn ook benoemd als:

  • een werkende kracht (ãrammanam cintetï cittam)
  • een instrument (etana cintentï ti cittam)
  • een activiteit (cintanamattam cittam)

Wat hierboven beschreven staat laat zien dat bewustzijn een proces is welk in het lichaam zijn beloop heeft. Zolang er conditioneringen zijn zullen waarnemingen een geladen contact afgeven waardoor onbalans ontstaat en de 5 aggregaten-ontstaan der emoties doen oproepen. Dit is een werkende kracht waar we alleen vanuit de inzichtmeditatie invloed op hebben.

We weten ook dat door het scherpen van de concentratie + neutraliteit + observatie we onze focus kunnen scherpen en zodoende bewuster worden. Dit is een instrument waar we wel invloed op hebben. Maar bewustzijn is bovenal een activiteit van het kennen (van rüpa). Zolang bewustzijn alleen maar gezien wordt als werkende kracht en/of als instrument lijkt het alsof er een individueel karakter aan verbonden is. De werkende kracht in het lichaam en -wij- kunnen bewustzijn gebruiken als instrument. Er is echter geen individu die de activiteit van het kennen (van rüpa) aanzet. De activiteit van het kennen (van rüpa) is het bewustzijn. Bewustzijn is dus de handeling zelf inclusief de werkende kracht en het instrument.

De aard van de natuur (jãti)

De aard van de natuur is een andere manier van uitleg geven wat bewustzijn is. Hierin herkent men meerdere klassen van bewustzijn:

  • perceptueel bewustzijn (viññãnam) - bestaat uit het bewust worden van wat zintuiglijk (oog, oor, neus, tong, tastzin, gevoel) waargenomen wordt. Het moment van bewustwording is dus perceptueel bewustzijn.
  • onheilzaam bewustzijn (akusalacitta) - komt voort uit de 3 bronnen van lijden n.l. begeerte, aversie en onwetendheid. Er is dus altijd conditioneel contact (onbewust, geladen contact en bewust, geladen contact) wat een negatief karma oproept.
  • heilzaam bewustzijn (kusalacitta) - Heilzaam bewustzijn is het tegenovergestelde van onheilzaam bewustzijn en komt voort uit de 3 heilzame bronnen van neutraliteit: niet-begeerte (onbaatzuchtigheid), niet-aversie (mildheid) en niet-onwetendheid (wijsheid, inzicht). Hier is er nooit geladen (conditioneel) contact.
  • resultante bewustzijn (vipãka) - Resultant bewustzijn is het resultaat van het onheilzame en het heilzame bewustzijn. Gautama de Boeddha vatte zijn leer ooit samen als: Vermijd negatieve kalapa's (gewaarwordingen), deze opgeven als ze opkomen behoudt heilzame kalapa's, deze je eigen maken.
  • functioneel bewustzijn (kiriya, kriyã) - Het resultaat van onheilzaam bewustzijn is negatief karma → negatieve kalapa's, het resultaat van heilzaam bewustzijn is positief karma → positief karma. Het karma is dus een bewustzijn op zich: resultante bewustzijn.

Functioneel bewustzijn laat zich vergelijken met een activiteit van het kennen (cintanamattam cittam). Het is noch karma noch het gevolg van karma omdat hier het besef ligt dat bewustzijn zelfloos is.

Scherpen van het bewustzijn

Het bewustzijn zelf kan je in actieve zin niet scherpen of hoger of dieper krijgen. Dat zou betekenen dat je middels een bepaalde oefening of ceremonie beter zou kunnen gaan horen, proeven of zien en dat is niet zo. Een wijn- of koffieproever is echter wel in staat om 2 zintuigen (tong en neus) beter te laten werken middels concentratie. Door deze concentratie worden zijn smaakpapillen op de tong niet vermeerderd maar de effectiviteit neemt echter wel toe. Binnen het proces van bewust worden kunnen wij indirect ervoor zorgen dat het bewustzijn scherper wordt en dit doen we middels het trainen van een drie-eenheid:

  • zuivere concentratie (samma samadhi)
  • zuivere neutraliteit (samma vayama)
  • zuivere observatie (samma sati)

Deze drie-eenheid wordt focus (samãdhi) genoemd en is het tweede deel van het 8-voudige pad. De methode om deze drie-eenheid te trainen is de concentratie-meditatie (samãdhi bhavana). Tijdens deze meditatie gaat de beoefenaar zijn aandacht concentreren op 1 observatiegebied, doorgaans is dit (een deel van) de ademhaling. Belangrijk hierin is om zo lang mogelijk de aandacht bij deze ademhaling te houden zonder af te dwalen. Gebeurt dit toch dan is het belangrijk dit zo snel mogelijk op te merken en om vervolgens zo snel mogelijk terug te keren naar het observatiegebied. Concentratie is echter niet voldoende. Datgene waar je aandacht op gevestigd is moet ook zo neutraal mogelijk waargenomen worden. Elke vorm van niet-neutraliteit wordt gecreëerd door een conditionering waardoor onbalans ontstaat. Om geen ruimte te geven aan de onbalans is het dus belangrijk op te merken dat er een conditionering wordt aangeraakt. Veel later gaan we in de meditatie deze conditioneringen opruimen middels inzichtmeditatie (vipassana bhavana).

Het eigenlijke scherpen komt hierna aan bod n.l. de observatie. Hoe beter de concentratie en neutraliteit des te meer gaan we opmerken van het observatiegebied. Het lijkt alsof er steeds meer gewaarwordingen bijkomen, deze waren er eerstt ook, alleen merkte je ze toen niet op omdat je focus nog niet scherp genoeg was. Hoe scherper je focus hoe bewuster je dingen waarneemt. Het scherpen van het bewustzijn is slechts een tijdelijk aspect want het uiteindelijke gevolg is niet een zo scherp mogelijk bewustzijn maar het loslaten van dit bewustzijn.

Eigenschappen van bewustzijn

Hoewel de 6 typen van bewustzijn tegelijkertijd werken, je kunt zien en ruiken tegelijk, is er altijd 1 bewustzijnstype dat domineert. Toch kan dit een bron van onbalans zijn omdat er vanuit 2 verschillende bewustzijnstypen tegenstrijdige interpretaties gemaakt worden. B.V. een bloem kan voor jou prachtig uitzien en tegelijk vies ruiken. Ook 1 bewustzijnstype kan 2 tegenstrijdige interpretaties geven n.l. de muziek kan mooi klinken maar tegelijker tijd te schel zijn. Er wordt dan tegelijk begeerte en aversie over hetzelfde onderwerp opgeroepen en dit zorgt voor een tegenstrijdigheid. Je hebt zodoende 3 verschillende vormen van onbalans.

Wat we beschouwen als zijnde bewustzijn is in werkelijkheid, middels verschillende opdelingen en classificaties, een serie kortstondige activiteiten die elkaar zo snel opvolgen en overlappen zodat het lijkt alsof het één geheel is n.l. het bewustzijn. We zijn nauwelijks in staat de afzonderlijke eenheden, die verschillend van aard zijn, te kunnen waarnemen. Op deze pagina is tot nu toe het opvolgende karakter van bewustzijn beschreven. Het overlappende karakter zit anders in elkaar. Er zijn 4 bewustzijnsgebieden (jhãna's) die elkaar overlappen en zodoende een veld van bewustzijn creëren (bhümi). Een onbewust persoon ziet dit veld als een1 geheel en noemt dit in totale zin bewustzijn. Een gevorderd beoefenaar ziet het overlappende karakter en zal niet alleen de jhãna's waarnemen maar in zijn meditatie deze ook ervaren als zijnde afzonderlijke meditatiestadia:

  • de jhãna's van het vormgebied (bewustzijn in de zintuiglijke sfeer, kãmãvacaracitta)
  • de jhãna's van het vormloze gebied (bewustzijn in de fijnstoffelijke sfeer, rüpãvacaracitta)
  • de vipassana jhãna's (bewustzijn in de onstoffelijke sfeer, arüpãvacaracitta)
  • de bovenwereldse jhãna's (bovenwerelds bewustzijn, lokuttaracitta)

Is bewustzijn een uiting van een spirituele staat?

Zolang een kind niet in staat is zelfstandig te fietsen is het gebruik van zijwieltjes erg handig. De zijwieltjes moeten echter geen status op zich worden en uiteindelijk ook verdwijnen als het kind ouder en kundiger is. Hetzelfde geldt voor bewustzijn. Het bewustzijn is een schakel binnen het gehele proces van lijden en het ontstaan van lijden en zodoende wordt bewustzijn gerekend tot het ego. Dit wordt in de Pali-canon als volgt uitgelegd:

Aldus monniken, ontstaan op voorwaarde van onwetendheid de drijfveren
op voorwaarde van de drijfveren ontstaat bewustzijn

:op voorwaarde van bewustzijn ontstaat naam-en-vorm

op voorwaarde van naam-en-vorm ontstaan de 6 zinnensferen
op voorwaarde van de 6 zinnensferen zintuiglijke ontstaan indrukken
op voorwaarde van de zintuiglijke indrukken ontstaat gevoel
op voorwaarde van gevoel ontstaat begeerte
op voorwaarde van begeerte ontstaat toe-eigening
op voorwaarde van toe-eigening ontstaat wording
op voorwaarde van wording ontstaat geboorte
op voorwaarde van geboorte ontstaat ouderdom en dood, droefenis, weeklagen, pijn, terneerslachtigheid en vertwijfeling.
Aldus ontstaat deze hele massa van leed.
(Mahã-Tanhãsankhaya-Sutta, MN 38, i 261, 18)

Het belang van het scherpen van de focus leidt tot een scherp/zuiver bewustzijn. Een scherp/zuiver bewustzijn leidt tot inzicht. Inzicht leidt tot het volkomen ophouden en verdwijnen van onwetendheid.

Maar door het volkomen ophouden en verdwijnen van onwetendheid houden de drijfveren op
door het ophouden van drijfveren houdt bewustzijn op
door het ophouden van bewustzijn houdt naam-en-vorm op
door het ophouden van naam-en-vorm houden de 6 zinnensferen op
door het ophouden van de 6 zinnensferen houden de zintuiglijke indrukken op
door het ophouden van de zintuiglijke indrukken houdt gevoel op
door het ophouden van gevoel houdt begeerte op
door het ophouden van begeerte houdt toe-eigening op
door het ophouden van toe-eigening houdt wording op
door het ophouden van wording houdt geboorte op
door het ophouden van geboorte houdt ouderdom en dood, droefenis, weeklagen, pijn, terneerslachtigheid en vertwijfeling op.
Aldus ontstaat deze hele massa van leed.
(Mahã-Tanhãsankhaya-Sutta, MN 38, i 262, 20)