Banner-wiki.png

Duo yoga - zijwaarts bewegen

Uit Dharma-Lotus
Ga naar: navigatie, zoeken

Categorie indeling
Home
Yoga
Duo yoga
Duo.JPG

Duo yoga oefeningen

Inleiding
Duo yoga op de bovenrug
Duo yoga - achterwaartse bewegingen
Duo yoga - voorwaarts bewegen
Duo yoga - zijwaarts bewegen
Duo yoga - de armen
Duo yoga - het liften
Duo yoga - de diagonalen
Duo yoga op film
Zie hier alle Duo yoga films
Yoga PLank.jpg

Buigen van de rug naar opzij

  • In deze oefening is het de bedoeling dat de bovenrug/schouderpartij recht naar links of naar rechts buigt en dat de onderrug/bekken rustig blijft zitten.
  • Ga weer zitten in de beginhouding. Plaats diens linkerhand op diens linkerschouder, net naast de wervelkolom (nooit op de wervelkolom!). Zet deze vast door er met je linkerborst tegen te drukken. Plaats je eigen linkerhand op/naast diens omhoogstekende linkerelleboog en je onderarm naast dienst bovenarm, jouw elleboog tegen diens schouder.
  • Plaats je rechterhand onder diens flank ter hoogt van het schouderblad (niet te laag, zorg dat je hand niet op de zwevende ribben rusten!).
  • Duw nu het lichaam rechtsom door tegelijk tegen de linkerelleboog en de rechterflank te duwen.
  • Plaats diens beide armen recht omhoog, de handpalmen plat tegen elkaar, vingers ook recht omhoog gestoken. Duw beide ellebogen tegen elkaar zodat de armen zo strak mogelijk tegen elkaar komen te liggen, duw desnoods met je hoofd diens hoofd naar voren toe.
  • Plaats je beide handen aan weerzijde van diens ellebogen, jouw ellebogen tegen diens schouders aan gedrukt. Zorg dat je met je lichaam stevig tegen de rug aandrukt zodat de tantrik niet naar achteren kan buigen.
  • Duw nu de tantrik naar links door tegelijk diens ellebogen (vanaf jouw handen) naar links en diens schouderpartij (vanaf jouw ellebogen) naar rechts te duwen.
  • Herhaal dit 3 maal links- en 3 maal rechtsom.
  • Keer weer terug naar je beginpositie en kom weer tot rust.

Je kunt bovenstaande oefeningen combineren door een been ter linkerzijde te plaatsen, naast en tegen het lichaam. Zorg dat dit been zo stevig, recht en horizontaal mogelijk staat. Duw nu vanuit de positie (zie voorgaande 2 oefeningen) het lichaam opzij zodat het over je been komt te liggen. Draai het over het been heen, tril/pulseer met het been (pas op dat de persoon niet enkel met de zwevende ribben op je been rust). Deze oefening hoef je niet 3 maal te herhalen. Liefst wel ter linkzijde even zo vaak als ter rechterzijde.