Banner-wiki.png
Banner-wiki-2.png

Dzogchen

Uit Dharma-Lotus
Versie door Beheerder (Overleg | bijdragen) op 21 dec 2020 om 17:08
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Dzogchen (Atiyoga) is een zienswijze uit het Tibetaans boeddhisme en bevat leringen gericht op het ontdekken en voortzetten van de ultieme grond van het bestaan. Iemands oorspronkelijke grond (Sillã) zou de kwaliteiten hebben van leegte, spontaniteit en mededogen. Deze kernwaarden zitten verankert in de geest en de geest wordt scherp gehouden door ons bewustzijn. Als bewustzijn en geest te los van elkaar komen te staan gaat de geest zich binden aan begeerte en aversie en verliest het zijn kernwaarden. De geest creëert dan de verschijningen in de wereld, de plaats van het menselijk lijden. Al deze verschijningen worden echter geacht illusoir te zijn en het bewustzijn laat hem dat continu zien en ervaren. De onwetende geest gaat ervan uit, dat zijn creaties (de verschijningen) echter in de realiteit bestaan en is onwetend van zijn ware natuur van oorspronkelijke puurheid en waarachtigheid. De techniek om door te dringen tot de oorspronkelijke waarachtigheid is om de juiste activiteiten te ondernemen, die er op gericht zijn obstakels te verwijderen. Hierna zal de geest, het bewustzijn alle valse gedachten en ervaringen weten te elimineren en zijn eigen ware natuur weten te herkennen.

Betekenis

Het woord Dzogchen (in het Tibetaans rdzogs chen) kan vertaald worden als de grote perfectie, of de grote volmaaktheid. Ook zit er de suggestie in van compleetheid, heelheid, en eenheid. Het valt onder de Vajrayana leringen van het Boeddhisme en is het centrale thema in vooral de Nyingma traditie, maar wordt ook beoefend door de aanhangers van andere Tibetaans Boeddhistische tradities. Het wordt ook door hen vaak gezien als het hoogste, subtielste en meest gezaghebbende pad naar verlichting.

Dzogchen is langere tijd nogal verborgen gebleven; voor een deel omdat het vooral een mondelinge traditie is, met een directe overdracht van leraar op leerling en voor een deel omdat er tegenwoordig te weinig bedreven leraren zijn om Dzogchen over te dragen.

Rigpa

Centraal in de leer van Dzogchen is het begrip Rigpa – het fundamentele, onbezoedelde, volkomen heldere aspect van bewustzijn. Rigpa kan niet worden ontwikkeld, alleen worden herkend als altijd al aanwezig. Deze open helderheid is zonder vorm en volkomen leeg, maar zeker niet doods, aangezien het de capaciteit heeft van waarnemen, ervaren, opmerken, zonder dat het hierdoor ooit wordt beïnvloed of veranderd. Het wordt daarom ook vaak vergeleken met een spiegel die nooit van aard verandert door wat het weerspiegelt, of het wordt vergeleken met een kristal dat elke kleur kan aannemen van het object waar het op geplaatst wordt zonder zelf van kleur te veranderen. Het herkennen van deze volkomen open, spiegelende helderheid, daarin stabiliseren en dat zichtbaar maken in het dagelijks leven is de praktijk van Dzogchen.

Belangrijk is om zich te realiseren dat Rigpa niet iets is wat je doet, maar dat het een innerlijke wijsheid is die van nature spontaan oprijst als de juiste condities zich voordoen. Die zijn onder andere een volkomen ontspannen zijn van de geest, het lichaam en de energie, maar toch levendig alert zijn. De gebruikelijke contractie of het krampachtig samentrekken rond een imaginair ik-centrum moet worden losgelaten. Je kunt het misschien vergelijken met een ruimtereis – het kost in eerste instantie veel inspanning en energie om los te komen van de zwaartekracht, maar op een gegeven moment ben je ineens gewichtsloos en zweef je rond in de wijd open ruimte. In feite was je altijd al in de ruimte – maar nu zie je het ook.

De aard van de natuurlijke staat kan ook worden beschreven als perfect, onverwoestbaar, puur en zuiver, niet corrumpeerbaar, geen onderscheid makend, geen voorkeur hebbend, zonder gebreken, helder, eenvoudig, en diepzinnig. Het functioneert in elk levend wezen op exact dezelfde manier en is bij iedereen in dezelfde mate aanwezig. Wie hier volkomen moeiteloos mee samenvalt, door geen enkel voorbijgaand verschijnsel nog afgeleid wordt en veel van de kwaliteiten van dit open heldere primair gewaarzijn zichtbaar maakt in zijn spreken en handelen is een Boeddha.

De geest

Fundamenteel aan de praktijk van Dzogchen is leren het onderscheid te zien tussen de geest en Rigpa. Zo is de niet getrainde geest altijd in beweging (afleiding) bestaande uit een constante stroom van gedachten, gevoelens, gemoedstoestanden, emoties, beoordelingen, herinneringen, overtuigingen en fantasieën Zodoende is de geest gefocussed op objecten. Deze afleiding verhindert het direct ervaren van Rigpa: dat alles bestaat uit processen. De geest is de dualiteit van Samsara, Rigpa is de non-dualiteit van Nirvana.

In het dagelijks leven zien wij objecten en zien wij die objecten als losstaand en geheel. Ook gevoelens, gedachten en gebeurtenissen bakenen we af zodat we het kunnen benoemen en daarmee wordt het ook een object zoals "ik ben boos", "dit is een vervelende situatie", "Ome Henk is een oen", deze situatie is uit deze situatie ontstaan". Deze objecten is een schijnwerkelijkheid omdat alles voortkomt uit processen. Meditatie is er helemaal op gericht om deze processen in te zien en Rigpa is niks anders dan dit: het inzien dat alles een proces is.

Overdracht

Dzogchen is het pad van de directe introductie, en dat betekent dat de leraar de nonduale staat direct overdraagt aan de leerling. Er zijn drie typen overdracht:

  • Mengagdé - direct overdracht
  • Longdé - symbolische overdracht (zowel formeel als informeel)
  • Semdé - mondelinge overdracht

De leraar legt uit, doet voor maar is ook een voorbeeld van Rigpa, waarin de leerling herkent. De leraar is ten alle tijden in de primaire staat en de aanwezigheid daarvan sijpelt door naar de leerling tijdens gezamenlijke situaties of activiteiten. Zonder twijfel weten betekent dat de leerling na de directe introductie de nonduale staat binnen gaat en niet langer twijfel ervaart. Zo lang er twijfel is is het niet de nonduale staat. Altijd in deze staat verblijvend betekent dat zij wordt geïntegreerd in elke activiteit, en dat geen enkele omstandigheid hier een einde aan kan maken. Het dagelijks leven vormt op geen enkele manier nog een belemmering, en er is geen mogelijkheid meer om nog afgeleid te worden.

De leer van Dzogchen lijkt misschien simpel, maar er is wel een groot verschil tussen er alleen maar over lezen of er door onderwezen worden door een zelfgerealiseerde lama; dan blijkt het bijzonder krachtig, maar ook uiterst subtiel te zijn. Iemand die door en door vertrouwd is met Rigpa kan een enorme kracht uitstralen en zijn of haar levendige aanwezigheid en realisatie kan een sterk positief effect hebben op de diepte van de meditatie van de beoefenaar. De directe overdracht van meester op discipel vormt het hart van de Dzogchen beoefening. De drie principes van deze overdracht zijn: een directe introductie tot iemands diepste natuur en deze leren zien, een onderzoeken en daarna twijfelloos weten wat die inhoudt, en leren zich daar permanent te vestigen en dit te integreren in het dagelijks leven. Deze drie principes zijn ook bekend onder de naam Visie, Meditatie en Actie.

Voorbereiding

Dzogchen wordt, zeker door de Tibetaanse leraren, gezien als een praktijk die alleen geschikt is voor leerlingen die al een aantal inleidende oefeningen achter de rug hebben. Het is op zijn minst nodig in staat te zijn om de aandacht voor langere tijd vast te kunnen houden, en een kalme geest te hebben ontwikkeld. Daar zijn de samatha meditaties ook voor bedoeld. Meestal wordt Dzogchen in een min of meer klassiek boeddhistische setting aangeboden, en de praktijk van satsang-voor-iedereen, wat momenteel in de Neo-advaita traditie regelmatig plaatsvindt, is hier helemaal niet aan de orde. Dat maakt het ook onzeker of Dzogchen werkelijk een voet aan de grond zal krijgen in het Westen – in tegenstelling tot andere takken van het Boeddhisme, zoals bijvoorbeeld Zen, lijkt het zich tot nu toe minimaal aan te hebben gepast aan een stijl van onderwijzen die toegankelijker is voor mensen die op zoek zijn naar verlichting, maar geen zin of tijd hebben om daarbij ook bekend te raken met allerlei min of meer exotische culturele elementen.

Sadhana

De voorafgaande of voorbereidende oefeningen die nodig zijn om tot de kern van de Dzogchen meditatie te geraken staan ook wel bekend als Sadhana. Ze kunnen ook op zichzelf staan als een volwaardig spiritueel pad dat, indien voltooid, kan leiden tot het bereiken van verlichting. De meest gebruikelijke eerste oefeningen bestaan uit het overdenken en contempleren op:

  • het geluk dat men als mens is geboren en van de leer van de Boeddha heeft gehoord.
  • de waarheid van onbestendigheid en constante verandering ervaren
  • de manier begrijpen waarop karma werkt
  • het inzien van al het lijden van alle levende wezens die in samsara ronddolen.

Inzien van gedachten

Een andere belangrijke voorbereidende techniek is het leren “Inzien van gedachten”. Het is bedoeld om een einde te maken aan verduisterende effect die gedachten kunnen hebben als ze niet gezien worden voor wat ze zijn. Het is dan alsof men letterlijk met een mes door gedachten heen snijdt. Maar ook dit mes wordt niet vastgehouden en door het keer op keer doorsnijden en loslaten ontstaat het effect dat de stroom van gedachten als het ware uit elkaar valt en de ruimte waarin gedachten zich manifesteren zichtbaar wordt.

Eenzaamheid

Specifiek voor Dzogchen is ook nog een andere voorbereidende oefening, namelijk het gaan naar een eenzame plek en daar doen wat er zoal opkomt, zonder enige schaamte, terughoudendheid of zelfbeoordeling.

Deze oefeningen maken de geest van de aspirant meer open voor de mogelijkheid van verlichtig, en de voordelen die het oplevert zijn in zijn geheel gericht op het welzijn van alle levende wezens. Een schatting is dat het doen van al de voorbereidende oefeningen zo’n zes maanden kunnen duren als men zich daar geheel en al op richt, bijvoorbeeld tijdens een retraite. Maar als ze worden gedaan in het dagelijks leven kan het ook jaren duren. Direct proberen om, zonder enige voorbereiding, de specifieke meditatie instructie van Dzogchen uit te voeren zal meestal al snel bijna onmogelijk blijken doordat de geest niet voldoende basis heeft.

Dzogchen is geen therapie

Er worden, in tegenstelling tot veel andere spirituele tradities, geen pogingen gedaan om neuroses, of spanningen in de persoonlijkheid, te zuiveren, maar ze worden juist zo veel als mogelijk gebruikt om alle vormen van dualisme te overstijgen: Hoe meer hout, hoe heter het vuur.

Dzogchen is een pad van zelfbevrijding waarin alles wat maar door karma en omstandigheden verschijnt gebruikt wordt als brandstof voor het verbranden van elke vorm van dualisme. Er wordt niets meer afgewezen, gezuiverd of getransformeerd. Wat er ook maar opkomt – als er geen vastgrijpen, verwerpen of onverschilligheid is worden gedachten, gevoelens en omstandigheden automatisch door zichzelf van zichzelf bevrijd. Door dit te beoefenen zijn er geen verdere voorschriften of instructies nodig – voortdurend bewust aanwezig blijven is de enige praktijk van alledag. Maar er zit natuurlijk een slangetje onder het gras: neuroses ontstaan juist door het vastgrijpen, verwerpen of een onverschillige houding aannemen tegenover de problemen die zich manifesteren, dus het volhouden van open aandacht is veel gemakkelijker als in ieder geval de ergste vormen zijn getransformeerd – en daar zijn veel van de voorbereidende oefeningen voor ontworpen.