Banner-wiki.png
Banner-wiki-2.png

Gesprekstechnieken

Uit Dharma-Lotus
Ga naar: navigatie, zoeken
Jonge monniken beoefenen gesprekstechnieken. Vaak gaat dit gepaard met grote gebaren en expressie

Het Tibetaans boeddhisme is het meest beïnvloedt geweest door filosofieën van buitenaf. In Tibet arriveerde het boeddhisme pas 1200 jaar na het overlijden van Gautama de Boeddha. Het zuiden van Tibet werd tevens doorkruist door de zijderoute en het midden van Tibet door de zoutroute. Vele vreemde volkeren passeerde dit gebied en lieten hun sporen na. Het taoïsme, Ayurveda, Hindoeïsme en Bön hebben grote invloed achtergelaten in het Tibetaans boeddhisme en ook de Islam heeft zijn invloed gehad. Dit is voornamelijk te merken in de gesprekstechnieken die nog steeds toegepast worden in het Tibetaans boeddhisme, in het bijzonder de Tantrische scholen. Een aantal van deze gesprekstechnieken, die ook heel goed binnen de coaching en counceling (Swedana) te gebruiken is, worden hier uitgelegd:

Hamar bagram

De hamar bagram is een gesprekstechniek welk toegepast wordt binnen de swedana en de tantra. De gesprekstechniek is over de zijderoute door mogols vanuit Perzië meegevoerd en vond in het Tibetaans boeddhisme een vruchtbare voedingsbodem. Binnen dit Tibetaans boeddhisme is naast het meditatieve stuk en de ervaring ook het kennisdeel erg belangrijk. Er worden discussiewedstrijden gehouden en vraag-en-antwoord spelen om het kennisniveau te testen en te vergelijken. De techniek wordt altijd in een groep uitgevoerd van minimaal vier personen, een maximum is er niet maar om de techniek goed te kunnen gebruiken moet de groep niet al te groot (a twaalf personen) zijn. Tijdens de hamar bagram is één persoon de ondervraagde. De overige leden mogen vragen stellen als zij de beurt (hamar) hebben. De beurt wordt gevraagd door 'hamar' te zeggen. Zolang de hamar bij een persoon ligt mag alleen deze persoon vragen stellen aan de ondervraagde ongeacht of de ondervrager moet nadenken of iets op moet zoeken. De beurt wordt door de ondervraagde zelf afgesloten door 'bagram' te zeggen. Hierna mag iemand anders de beurt nemen door 'hamar' te zeggen.

verdere spelregels

  • alleen degene die de 'hamar' heeft (door dit te zeggen) mag vragen stellen, zolang dit vraag en antwoord spel goed gaat mag niemand interrumperen.
  • degene die de 'hamar' heeft sluit deze ook zelf af. Daarna heeft iemand anders de kans een vragenronde te krijgen door 'hamar' te zeggen. Iemand mag meerdere keren een 'hamar' plaatsen en zodoende vragen stellen.
  • interrumperen mag alleen in twee gevallen: als een ander lid uit de groep een vraag onheus vindt, dan uit deze dit door 'bagram' te zeggen. Bagram betekent 'stoppen' en de ondervraagde hoeft de vraag dan niet te beantwoorden mits deze 'bagram' door minimaal één ander lid ondersteund wordt. Wordt dit niet, dan vervalt de 'bagram' en dient de ondervraagde toch te antwoorden.
  • de ondervraagde mag ook een 'bagram' plaatsen, deze 'bagram' moet wel ondersteunt worden door minimaal één lid uit de groep. Wordt dit niet, dan vervalt de 'bagram' en dient de ondervraagde toch te antwoorden.

Doordat een vragensteller niet onderbroken kan worden heeft deze alle tijd om na te denken. Ook de non-communicatieve vaardigheden tijdens een gesprek krijgen veel meer een kans omdat stiltes niet onderbroken worden. Daarnaast wordt een gesprek vaak serieuzer en 'dieper' omdat er altijd een stok achter de deur ligt, de 'bagram'.

Badar badrum

De Badar badrum komt net als de Hamar bagram uit Perzië en komt nu onder verschillende benamingen ook in het westen voor. Het wordt vaak ingezet bij conflicten op school of in wijken. Op scholen zitten er in elke klas 1 of enkele leerlingen die een cursus hebben genoten tot 'badrum'. Leerlingen die een conflict hebben met elkaar gaan naar een badrum en die plant een badar badrum. Op tot een dergelijk gesprek te komen worden eerst enkele afspraken gemaakt:

  • in het gesprek laat iedereen elkaar uitspreken
  • in het gesprek wordt inhoudelijk gesproken en niet op de persoon
  • de badrum leidt het gesprek
  • de uitkomst is bindend

Het gesprek vindt altijd in een driehoek opstelling plaats. De conflict personen tegenover elkaar en de badram aan het hoofd. Het duurt in totaal niet langer dan 20 minuten en verloopt zeer gestructureerd. Eerst probeert de badrum de kern van het conflict te achterhalen:

  • persoon A krijgt de kans kort en bondig zijn verhaal te vertellen
  • de badrum vat dit samen zo dat A dit kan beamen
  • persoon B krijgt de kans kort en bondig zijn verhaal te vertellen
  • de badrum vat dit samen zo dat B dit kan beamen
  • persoon A krijgt nogmaals de samenvatting van B te horen en mag hierop reageren
  • persoon B krijgt nogmaals de samenvatting van A te horen en mag hierop reageren
  • de badrum vat dit samen zo dat A en B dit kunnen beamen

De kern van het conflict is nu achterhaald. Aangezien beide partijen zich hebben beaamd in de samenvatting, werken we hier mee verder en keren we niet meer terug naar de kern van het conflict. We gaan nu naar de oplossing:

  • persoon A vertelt wat volgens hem nodig is om het conflict op te lossen
  • de badrum vat dit samen zo dat A dit kan beamen
  • persoon B vertelt wat volgens hem nodig is om het conflict op te lossen
  • de badrum vat dit samen zo dat B dit kan beamen
  • persoon A krijgt nogmaals de samenvatting van B te horen en mag hierop reageren
  • persoon B krijgt nogmaals de samenvatting van A te horen en mag hierop reageren
  • de badrum vat dit samen zo dat A en B dit kunnen beamen

De laatste stappen blijven zich herhalen totdat beide partijen het met elkaar eens zijn betreffende de oplossing van het conflict. Doorgaans moet dit in 2 of 3 rondes gedaan zijn.

Belangrijk is de rol van de badrum in het gehele gesprek:

  • deze stelt zich neutraal op
  • geeft nooit suggesties
  • geeft nooit advies
  • maakt zo kort en bondige samenvattingen en schrijft deze op
  • haalt alle emotie (2e transformatie) uit het gesprek
  • is het per definitie eens met de oplossing waarmee de 2 personen komen, hoe onlogisch deze ook mag klinken

Bãhasa

Bãhasa is ‘tweegesprek’ en Śiṣya is ‘leerling’. De Bãhasa Śiṣya is het gesprek die een leraar met zijn leerling heeft om de leerling aanwijzingen te geven. In tegenstelling tot de bãhasa zijn de gesprekspartners niet gelijkwaardig aan elkaar. Het is de leraar en de leerling waarbij de leraar iets wilt overdragen aan de leerling, of de leerling met een vraag komt bij de leraar. Een andere mogelijkheid om deze gesprekstechniek te voeren is bij een ondervraging; waarbij dus ook de leerling de leraar mag uithoren. Het gesprek verloopt vergelijkbaar als bij de bãhasa, alleen nu blijft de leiding bij de leraar. De leraar mag de leerling interrumperen, de leerling de leraar nooit.

Lā'ina

Lā'ina betekent ‘lijn’ waarbij van te voren een onderwerp gekozen wordt. Tijdens de Lā'ina vraagt de ene aan de ander. Alles wat de ene zegt mag alleen maar vragen zijn terwijl de ander alleen maar antwoorden geeft. Elke vraag gaat over hetzelfde onderwerp en elke vraag moet dieper zijn dan de vorige. Er zijn 2 varianten van deze gesprekstechniek: Lā'ina bãhasa; hierin is er een gelijkwaardig karakter waarbij de beurt over en weer kan gaan. Je kunt hier ook een tijd aan koppelen (5 minuten vraag-en-antwoord) of het aantal vragen kan gemaximaliseerd worden. Ook kan er afgesproken worden dat de vragensteller doorgaat tot een bepaald doel bereikt is. Vervolgens kan de ander hetzelfde gaan doen. Lā'ina bãhasa Śiṣya; hierin is er een leraar-leerling verhouding. Doorgaans ondervraagt de leerling de leraar en beoordeeld de leraar of de lā'ina, de lijn, behouden blijft. De leraar mag de leerling interrumperen, de leerling de leraar nooit.