Banner-wiki.png
Banner-wiki-2.png

Maha Moggallana

Uit Dharma-Lotus
(Doorverwezen vanaf Maha-Moggallana)
Ga naar: navigatie, zoeken
Gautama de Boeddha, Sãriputta en Maha Mogallana

Categorie indeling
Home
Boeddhisme
Personen uit de Pali-canon
Personen uit de pali canon
Sangha
Arhats
Arhats
Ananda
Anuruddha
Assaji
Khema
Maha Moggallana
Mahā Kassapa
Pajāpatī Gotamī
Purna
Rahula
Subhūti
Sāriputta
Uppalavanna
Upâli
Yasodhara
Overigen
Alara Kalama
Ambapali
Aṅgulimāla
Bimbisara
Devadatta
Pasenadi
Dhamma wiel

Maha Mogallana (568-484 v.Chr.) was na Sariputta de voornaamste leerling van Gautama de Boeddha. Zijn geboortenaam was Kolita en zijn moeders naam was Moggallani (of Moggali). Toen hij monnik werd kreeg hij eveneens de naam Moggallana. Hij werd geboren in het dorpje Kolitagama vlakbij de stad Rajagaha (Rajgir, India) en was een jeugdvriend van Sariputta.

Voor hij Gautama de Boeddha ontmoette was Maha Moggallana samen met Sariputta een monnik in een andere traditie n.l. die van Sañjaya. Zij waren echter ontevreden met zijn leer en spraken met elkaar af dat wanneer een van hen de ware leer tegenkwam, hij het de ander zou vertellen. Op een dag liep Sāriputta in de stad Rajagaha (het huidige Rajgir, India) en zag daar monnik Assaji lopen die een zeer serene indruk op hem maakte en zichzelf voorbeeldig gedroeg. Hij ging naar hem toe en vroeg wie zijn leraar was en wat de leer van zijn leraar was. Het antwoord dat Assaji hierop gaf is nu één van de meest beroemde verzen in het Boeddhisme:

Van alle dingen die door een oorzaak ontstaan,
De Tathagata (Boeddha) heeft de oorzaak ervan uiteengezet;
En hoe ze tot hun einde komen, dat vertelt hij ook,
Dit is de leer van de Grote leraar.

Zoals beloofd vertelde Sãriputta aan Moggallana wat er gebeurd was en gezamenlijk gingen ze naar Gautama de Boeddha om toe te treden tot de Sangha.

Karakter

Moggallana werd door Gautama de Boeddha geprezen als de monnik die (na de Boeddha zelf) het hoogst begiftigd was met de eerste vijf van de zes bovennatuurlijke krachten (de wereldse bovennatuurlijke krachten). Deze krachten moet we echter meer symbolische en metaforisch dat realistisch nemen.

  • de magische krachten (Pali: iddhi-vidha); levitatie, teleportatie en psychokinese.
  • het hemels oor (Pali: dibba-sota); zoals het horen van wat er op zeer grote afstand gezegd wordt, het kunnen beluisteren van de conversaties van de goden en het kunnen verstaan van dierentaal.
  • telepathie (Pali: ceto-pariya-ñāna); het kunnen lezen van iemands geest, emoties en gedachten.
  • het herinneren van vorige levens (Pali: pubbe-nivāsānussati); zoals het zichzelf kunnen herinneren dat je in een vorige leven díe persoon was, dáár leefde, dát soort werk deed, dít soort dingen meemaakte en stierf door déze oorzaak.
  • het hemels oog (Pali: dibba-cakkhu); zoals het kunnen zien van goden en geesten, hemels en hellen, en hoe wezens na hun dood wedergeboren worden als gevolg van hun karma.
  • de extinctie van de mentale vergiften en het bereiken van mentale puurheid en perfectie (Pali: āsavakkhaya); het realiseren van Nirvana en het bereiken van het Arahantschap.

Hij bezat veel inzicht in de boeddhistische filosofie. Slechts Gautama de Boeddha en Sariputta waren daarin zijn meerdere.

De Boeddha zei dat Moggallanas specialiteit lag in het begeleiden van monniken met een lagere graad van verlichting (zoals Sotapanna), zodat deze monniken de hoogste graad (het Arahantschap) sneller behaalden. Sariputtas specialiteit daarentegen lag in het uitleggen van de Vier Edele Waarheden waarvan het begrip leidt tot het Sotapannaschap, de laagste graad van verlichting. De Boeddha vergeleek Sariputta daarom met iemand die iets creëert of voortbrengt en Moggallana met degene die zorg draagt voor hetgeen voortgebracht is. Mogallana droeg vaak zorg voor het ontwerp en de bouw van nieuwe kloosters. Verscheidene keren vroeg de Boeddha hem om op een bepaalde locatie een klooster van de grond af op te bouwen.

overlijden

Moggallana stierf kort na Sariputta en kort voor Gautama de Boeddha. Volgens de commentaren op de geschriften in het Pali-canon stierf Moggalana een gewelddadige dood. De Niganthas (Jain religie) stuurden huurmoordenaars op hem af en deze vermoorden hem in zijn hutje. Volgens deze geschriften was zijn gewelddadige dood een gevolg van slecht karma dat Mogallana in een vorig leven begaan had toen zijn vrouw hem overhaalde om zijn ouders te vermoorden. Gautama de Boeddha liet in Rajgir, in het Veluvana park, een stoepa oprichten boven de relieken van Maha Moggallana.

Biografie Maha Mogallana