Banner-wiki.png

Paardenbloem: verschil tussen versies

Uit Dharma-Lotus
Ga naar: navigatie, zoeken
(Nieuwe pagina aangemaakt met '350px|thumb|Paardenbloem {{eetbare planten}} De '''paardenbloem''' (Taraxacum officinale) is een overblijvende plant en wordt 10 tot 50...')
 
(bloemen)
 
Regel 33: Regel 33:
  
 
Let op! Bij alle methodes zul je vieze vingers krijgen: het melksap van de paardenbloemen wordt plakkerig en gummi-achtig als het opdroogt, en na een tijdje krijg je bruine vingers die je hard moet boenen om schoon te krijgen. Als je dat vervelend vindt zijn handschoenen dus aan te raden.
 
Let op! Bij alle methodes zul je vieze vingers krijgen: het melksap van de paardenbloemen wordt plakkerig en gummi-achtig als het opdroogt, en na een tijdje krijg je bruine vingers die je hard moet boenen om schoon te krijgen. Als je dat vervelend vindt zijn handschoenen dus aan te raden.
 
  
 
Oogsten van de bloemen: april-oktober, maar voornamelijk in april-mei
 
Oogsten van de bloemen: april-oktober, maar voornamelijk in april-mei

Huidige versie van 18 mei 2020 om 10:06

Paardenbloem

Categorie indeling
Home
Voeding
Paardenbloem.jpg
Eetbare wilde planten
Adelaarsvaren
Brandnetel
Dennentopjes
Daslook
Dovenetel
Duizendblad
Grote lisdodde
Hondsdraf
Heermoes
Judasoor
Klaver
Kleefkruid
Kleine veldkers
Linde
Look-zonder-look
Madeliefjes
Oesterzwam
Paardenbloem
Vogelmuur/Kippemuur
Waterkers
Weegbree
Zevenblad
Zuring
Red Apple.jpg

De paardenbloem (Taraxacum officinale) is een overblijvende plant en wordt 10 tot 50 cm hoog. De 10 tot 30 cm lange grondbladeren staan in een rozet bij elkaar. Ze zijn diep ingesneden en bochtig getand. De tot 5 cm brede, heldergele bloemhoofden staan op lange, holle en bladloze stengels. Bij kneuzing vloeit uit de plant een witte vloeistof, die paardenbloemenmelk wordt genoemd. Deze laat bruine vlekken achter. De wortel is een lange, dunne penwortel die decimeters diep de grond in kan dringen. Wanneer hij op behoorlijke diepte afbreekt kan deze zich herstellen en meerdere rozetten geven. Paardenbloemen zijn heel algemeen en o.a. te vinden langs wegen en paden en op plekken waar gras groeit. In de vruchttijd verschijnen pluisbollen die bestaan uit zaden met een soort parapluutje, het vruchtpluis. Het vruchtpluis zit vast op een steeltje. De zaden worden door de wind verspreid.

Toepassingen

bladeren

  • wilde molsla; De jonge bladeren en de gebleekte onderkant van het blad kan door salades of worden gekookt als groente. Wanneer ze rauw worden gebruikt zijn de bladeren erg bitter, maar in de winter een stuk minder. Jonge bladeren zijn veel minder bitter dan oudere bladeren. De bladeren worden vaak geblancheerd, zodat ze minder bitter zijn.
  • Molsla; Als er een paardebloemplant onder een molshoop bedolven wordt, worden de bladeren die in het donker uitlopen gebleekt. Net als met lof of kardoen zijn die bladeren veel milder van smaak. Door veredeling is een gekweekte variant beschikbaar die veel meer blad heeft en vaak verkocht wordt onder de Franse benaming Pissenlit.

Oogsten van de bladeren: april-mei

wortels

De wortels kunnen in de winter, nadat ze zijn geschild en gekookt, als groente worden gegeten. De wortels kunnen ook, na twee dagen drogen, worden geroosterd en gemalen om paardenbloemkoffie te maken. De bladeren en de wortels kunnen gebruikt worden om thee van te zetten.

Oogsten van de wortels: oktober-mei

bloemen

Van de bloemen kan jam (cramaillotte), siroop of wijn/champagne worden gemaakt. Bij het verwerken van de bloemen is het van belang om alleen het geel te gebruiken, het groen geeft een bittere smaak. Een beetje groen is niet erg (dat beetje bitter kan de smaak ook ten goede komen). Let erop dat je je bloemen niet uit een uitlaatgebied/-strook plukt, of langs een drukke weg of plek waar gespoten is (bijvoorbeeld tegen eikenprocessierups).

Om de bloemen te verzamelen zijn er grofweg 3 technieken:

  • Pluk de benodigde bloemen in het veld, en laat ze bij thuiskomst een middagje in de felle zon drogen. Spreid ze hiervoor zo veel mogelijk uit, want als ze te dicht op elkaar zitten (te vochtig zijn), gaan de bloemen dicht. Na het drogen kun je het gele 'hooi' makkelijker uit de bloemen halen, in een snelle beweging met je nagel of de achterkant van een mesje.
  • Neem een schaar mee het veld in, en knip het geel direct van de bloemen. Pluk de bloem, druk de punten van de schaar in het gele deel en probeer zoveel mogelijk van het geel af te knippen zonder het groen mee te nemen. Er blijft wat geel achter, maar na een tijdje zul je hier handigheid in krijgen en gaat het sneller dan de andere technieken dus geeft het niet dat je wat meer bloemen nodig hebt. In een uur knip je zo 1500 bloemen. Voor de meeste recepten zul je anderhalf tot twee keer de hoeveelheid nodig hebben, afhankelijk van je knipprecisie (een nagelschaartje is hiervoor ook handig met de kromming). Probeer vooral de meeldraden mee te pikken, het stuifmeel geeft veel smaak! Pluk de bloemen ter plekke als bij methode 1 met je nagels of een mesje. Afhankelijk van hoe droog het weer is gaat dit redelijk, ook hier geldt dat je er handigheid in krijgt.
  • Als je last van hooikoorts hebt dan werkt het goed om de geplukte bloemen eerst te wassen en dan nat het 'hooi' uit de bloemen te halen (met je vingers of een mesje / schaartje) en vervolgens te verwerken. Je hebt dan geen last meer van het stuifmeel en je handen blijven veel schoner.

Let op! Bij alle methodes zul je vieze vingers krijgen: het melksap van de paardenbloemen wordt plakkerig en gummi-achtig als het opdroogt, en na een tijdje krijg je bruine vingers die je hard moet boenen om schoon te krijgen. Als je dat vervelend vindt zijn handschoenen dus aan te raden.

Oogsten van de bloemen: april-oktober, maar voornamelijk in april-mei