Banner-wiki.png

Universeel mooie factoren

Uit Dharma-Lotus
Ga naar: navigatie, zoeken

Meditatie retraite.png
Tour-de-Sri-Lanka.png

De universele mooie factoren (sobhana cetasika) zijn menselijke eigenschappen die we nodig hebben om de mentale vergiften (blokkades) op te kunnen lossen.

Gautama de Boeddha benoemde de mentale vergiften als een keten die de mens bindt aan samsara (het dagelijkse, burgerlijke leven). Deze mensen zitten opgesloten in het wiel van geboorte-en-wedergeboorte en worden door deze ketens daaraan verbonden. De hele boeddhistische filosofie is erop gericht uitleg te geven hoe deze mentale vergiften werken, welke uitwerking zij op ons hebben en hoe wij ons daarvan kunnen bevrijden. Mindfulness en meditatie zijn hierbij belangrijke technieken en zorgen ervoor dat we enerzijds inzicht in dit proces gaan krijgen en anderzijds universele mooie factoren ontwikkelen.

In de Abhidhamma (II Cetasikasangaha, § 5) worden 19 eigenschappen genoemd die gezamenlijk ervoor zorgen dat de universele vergiften verdwijnen. Deze eigenschappen zijn latent aanwezig in de menselijke geest of moeten ontwikkeld worden met behulp van mindfulness en meditatie. De onwetende mens die opgesloten zit in het wiel van geboorte-en-wedergeboorte ziet heil en voordeel in sommige mentale vergiften dat blijft andere mentale vergiften in stand houden. Zo kan er heil en voordeel gezien worden in haat wat rusteloosheid in stand houdt.

Het welbekende loslaten is niet een actie op zich maar altijd een gevolg van inzichten. Er dient ingezien te worden dat haat geen heil en voordeel heeft maar altijd lijden in zich herbergt. Zodra de factor -niet-haat- (adosa) ingezien wordt kan haat losgelaten worden. Zo zijn er 19 van deze universele mooie factoren. 12 unieke factoren waarvan enkele specifiek worden beschreven voor de mentale factoren en voor het bewustzijn.


mooie factoren tegenpool karakteristiek
vertrouwen twijfel geloof (in iets of iemand)
opmerkzaamheid afleiding en verwarring niet wankelen
morele schaamte onzuiverheid walging (voor onzuiverheid)
morele onbevreesdheid bevreesdheid bevreesdheid (voor onzuiverheid)
niet-verlangen verlangen afwezigheid (van verlangen)
niet-haat haat gebrek aan felheid en geen tegenstand bieden
neutraliteit van geest partijdigheid evenwicht (van bewustzijn en de mentale factoren)
sereniteit* rusteloosheid en wroeging het kalmeren van verstoringen
lichtheid* dufheid en traagheid het verminderen van zwaarte
buigzaamheid* onjuiste zienswijzen en hoogmoed het verminderen van stijfheid en rigiditeit
plooibaarheid* overige hindernissen (leidend tot starheid) tegengaan van starheid
vaardigheid* ziekte de gezondheid te verhogen
oprechtheid* schijnheiligheid en bedrog rechtschapenheid
* van de mentale factoren en van bewustzijn. Bron: (Bron: Abhidhamma-pitaka (II, § 5).


Vertrouwen (saddhã)

Binnen de metta-ji is vertrouwen het allereerste dat aanwezig dient te zijn om in contact te komen met elkaar en vandaar uit een verbinding aan te gaan. Zonder vertrouwen is er geen openheid, waardering, geloof of verbinding mogelijk. Een boeddhist die geen vertrouwen heeft in de boeddhistische filosofie (dharma) is geen boeddhist en alles blijft bij het oude. Wil je nieuwe wegen bewandelen en wil je loskomen van je blokkades en inzichten dan is vertrouwen (in de dharma) het allereerste noodzakelijk. De karakteristiek van vertrouwen is geloof (in iets of iemand).

Opmerkzaamheid (sati)

Zoals reeds gezegd is mindfulness is naast meditatie een zeer belangrijke techniek om juiste inzichten te verwerven en mentale vergiften los te laten. Ãnãpãnasati is de pali-term voor mindfulness en beschrijft het neutraal observeren van de ademhaling. Het wordt ook wel eens vertaald als "opmerkzaamheid van de geest" en wordt opgedeeld in de 'vier grondslagen voor opmerkzaamheid' (satipatthãnã):

  • opmerkzaamheid met betrekking op het lichaam
  • opmerkzaamheid met betrekking tot gevoelens
  • opmerkzaamheid met betrekking tot de geest
  • opmerkzaamheid tot objecten van de geest

Zolang je opmerkzaam bent is er een grote mate van concentratie. Concentratie is samen met neutraliteit en observatie een voorwaarde om met meditatie te kunnen beginnen en wordt als zodanig beschreven in het 8-voudige pad. Naast concentratie is opmerkzaamheid ook aandacht voor het nu. Kijken naar gisteren of morgen is afdwalen en dromen. De karakteristiek van opmerkzaamheid is dan ook 'niet wankelen' (niet afdwalen, niet afgeleid zijn).

Morele schaamte (hiri) en morele onbevreesdheid (ottappa)

Het boeddhisme legt uit dat alle handelingen en gedachten die lijden veroorzaken onzuiver zijn. Dit wordt bedoeld met de boeddhistische moraal. Morele schaamte heeft als karakteristiek walging voor lichamelijk of verbaal gedrag en dat is onzuiver. Morele onbevreesdheid heeft als karakteristiek bevreesdheid net betrekking tot dergelijk gedrag. Beide zorgen ervoor dat we geen ethische misstappen begaan en resulteren in een terughoudendheid jegens dergelijke misstappen. Binnen de 7 zuiveringsprocessen (visuddhibheda) wordt uitleg gegeven aan deze ethische misstappen en de boeddhistische moraal.

Niet-verlangen (alobha)

Niet-verlangen heeft als karakteristiek de afwezigheid van verlangen in de geest naar het object, of niet plakken aan het object. Een bekende boeddhistische visualisatie-meditatie hierin in de visualisatie dat je in een ei zit: er kan van alles op het ei vallen maar het glijdt er direct weer vanaf. De manifestatie is niet gehecht zijn, geen begeerte en geen hebzucht voelen. Niet-verlangen is de directe tegenpool van verlangen. Toch is niet-verlangen niet genoeg om verlangen helemaal te laten verdwijnen, vrijgevigheid en onthoudingen zijn even belangrijk.

Niet-haat (adosa)

Niet-haat is de verheven vorm van liefdevolle vriendelijkheid (metta). Het is volledig ontdaan van felheid, tegenstand bieden en positionering van het zelf. Haat is sterk conditioneel bepaald en komt op als de persoon zich bevindt in een situatie die niet strookt met de conditionering. In plaats van de conditionering te veranderen moet de situatie veranderen en wordt haat ervaren naar de makers van de situatie. Niet-haat impliceert dus een volledige overgave en manifesteert zich als prettig en aangenaam in elke situatie. Niet-haat is de directe tegenpool van haat maar ook hier is niet-haat niet voldoende om haat geheel te laten verdwijnen. Ook liefdevolle vriendelijkheid, mildheid, goede verstandhouding gunstig gezind zijn, etc... is van belang.

Neutraliteit van geest (tatramajjhattatã)

Tatramajjhattatã betekent letterlijk: "daar in het midden" en behelst een innerlijke houding van evenwichtigheid, niet-gehechtheid en onpartijdigheid. Neutraliteit van geest is de verheven vorm van gelijkmoedigheid (upekkhã) en moet niet verward worden met een neutraal gevoel, onverschilligheid of gebrek aan durf of kracht. In de boeddhistische filosofie wordt neutraliteit van geest vergeleken met een span krachtige volbloedpaarden die rustig en gelijkmatig over de weg voortgaan. Het span vormt een eenheid (versus chaos en wanorde) en rust (versus agressie en baldadigheid). Neutraliteit straalt kracht uit zonder deze kracht in te zetten. Neutraliteit beschermt balans en waarheid (dharma) zonder discriminatie, oordeel, keuze, voorkeur of doel. Het heeft als karakteristiek het in evenwicht brengen van bewustzijn en de mentale factoren. Het wordt samen met concentratie (opmerkzaamheid) en observatie een voorwaarde om met meditatie te kunnen beginnen en wordt als zodanig beschreven in het 8-voudige pad.

De volgende 12 universele mooie factoren worden paarsgewijs uitgelegd. Het bevat 6 mooie factoren die elk betrekking hebben op de mentale factor en het bewustzijn.

Sereniteit (van de mentale factoren en van bewustzijn, passaddhi)

De karakteristiek van sereniteit is het kalmeren van verstoringen (daratha) in zowel de mentale factoren als het bewustzijn. Zodra een conditionering is aangeraakt in een situatie is er dualiteit, verstoring in het lichaam. Vaak mondt deze verstoring uit in een handeling om de situatie naar behoefte te veranderen. Sereniteit zorgt ervoor dat na het opmerken van de dualiteit de behoefte tot verandering van de situatie wegvalt. Ondanks het aanraken van de conditionering en het ervaren van verstoring blijft iemand sereen en handelt niet naar zijn verstoring. Sereniteit is de tegenpool van rusteloosheid en wroeging.

Lichtheid (van de mentale factoren en van bewustzijn, lahutã)

De karakteristiek van lichtheid is de vermindering van zwaarte (garubhãva). Zwaarte is op zichzelf geen gemoedstoestand maar een ervaring van een gemoedstoestand. Verdriet, jaloezie, onbegrip en schaamte zijn voorbeelden van gemoedstoestanden die zeer zwaar kunnen liggen. De mentale factoren dufheid en traagheid zijn hiermee verwant en lichtheid is de tegenpool van beide.

buigzaamheid (van de mentale factoren en van bewustzijn, mudutã)

In de (Zen) boeddhistische filosofie wordt dit uitgelegd in het verhaal van de eik en de bamboe. De eik is standvastig, log, stug en volhardend. De bamboe is flexibel en buigzaam. Bij teveel tegenwind valt de eik om, de bamboe buigt mee. Buigzaamheid is de tegenpool van onbuigzaamheid (verkeerde zienswijzen en hoogmoed).

De boeddhistische filosofie is geen doctrine. Het is alleen maar een beschrijving van de universele wetmatigheid. Als je deze begrijpt en in samenhang ermee leeft ken je geen lijden. Iemand die de wet op de zwaartekracht niet (wilt) begrijpen en er niet naar leeft kent veel problemen. Als hij een onjuiste zienswijze zou hebben dat alleen rode voorwerpen naar beneden vallen dan laat de universele wetmatigheid keer op keer zien dat het anders in elkaar steekt. Dit levert frustratie en onbegrip bij hem op. Een standvastige houding in zijn verkeerde zienswijze maakt dit alleen maar erger. Hoewel de universele wetmatigheid zoals oorzaak-en-gevolg onveranderlijk is, is alles wat daarop reageert veranderlijk en tijdelijk. Meegaan in deze veranderlijkheid en tijdelijkheid is buigzaamheid.

Plooibaarheid (van de mentale factoren en van bewustzijn, kammaññatã)

Plooibaarheid en buigzaamheid gaan geregeld hand in hand. De karakteristiek is het tegengaan van starheid (akammaññabhãva). Plooibaarheid manifesteert zich als het succes om iets tot object te maken (in de meditatie). De tegenpool van plooibaarheid zijn overige hindernissen die gezamenlijk tot starheid leiden.

Vaardigheid (van de mentale factoren en van bewustzijn, pãguññatã)

Bij lichtheid (lahutã) hebben we gezien dat de tegenpool zwaarte (van gemoedstoestanden) is. Deze gemoedstoestanden kunnen zo zwaar liggen dat het de mens ziek maakt op fysiek-, emotioneel-, mentaal-, en/of energetisch niveau. Het lichaam wordt ongezond door de mentale factoren en de tegenpool hierin is vaardigheid. De karakteristiek van vaardigheid is om de gezondheid te verhogen dermate dat het lichaam niet ziek wordt. Ze manifesteert zich in de afwezigheid van onvermogen. Dit onvermogen om de inzichten te verkrijgen leidt tot de zwaarte die de ziekte veroorzaakt. Vaardigheid in mindfulness en meditatie, vaardigheid in de universele wetmatigheid, vaardigheid in de dharma voorkomt dit.


Oprechtheid (van de mentale factoren en van bewustzijn, ujjukatã)

In de 7 zuiveringsprocessen wordt gesproken over zuiver spreken dat inhoudt: zo te spreken dat er geen lijden wordt veroorzaakt. Dit is dus iets anders dan altijd de waarheid spreken aangezien verraad ook de waarheid uitspreken is. Oprechtheid is zodanig handelen en spreken dat zo weinig mogelijk lijden wordt veroorzaakt. Oprechtheid is tevens directheid en dit kan als niet-liefdevol overkomen. De tegenpool van oprechtheid is schijnheiligheid, bedrog, etc... dat juist weer vaak gezien wordt als liefdevol om zodoende iemand niet te kwetsen of in de pas te lopen met de rest. Oprechtheid wordt vaak anders ervaren door buitenstaanders en heeft enige daadkracht nodig.