Dharma-Lotus is een boeddhistische organisatie met 6 vestigingen in Nederland en een | retraitecentrum (Ekãyano) in Noord-Frankrijk | Mail.png | WA-logo.png | Abonneer op onze Nieuwsbrief

7e Dalai-Lama: Kelzang Gyatso

Uit dharma-lotus.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De 7e dalai Lama; Kelzang Gyatso
Volgorde Dalai lama's
1- Gendün Drup | 2- Gendün Gyatso | 3- Sonam Gyatso | 4- Yönten Gyatso | 5- Ngawang Lobsang Gyatso
6- Tsangyang Gyatso | 7- Kelzang Gyatso | 8- Jamphel Gyatso | 9- Lungtok Gyatso | 10- Tsültrim Gyatso
11- Khädrub Gyatso | 12-Trinley Gyatso | 13- Thubten Gyatso | 14- Tenzin Gyatso

Vroege Leven en Erkenning als Dalai Lama

Kelzang Gyatso (1708–1757) werd geboren in 1708 in de regio Litang, in het oosten van Tibet (tegenwoordig deel van de provincie Sichuan in China). Zijn geboorte vond plaats in een periode van politieke instabiliteit in Tibet, gekenmerkt door conflicten tussen de Tibetaanse adel, Mongoolse invloeden en de groeiende inmenging van de Chinese Qing-dynastie. Volgens de traditie van het Tibetaans boeddhisme wordt de Dalai Lama beschouwd als een reincarnatie van Avalokiteshvara, de bodhisattva van mededogen, en wordt zijn opvolger zorgvuldig gezocht na de dood van de vorige Dalai Lama.

Na de dood van de zesde Dalai Lama, Tsangyang Gyatso, in 1706, begon de zoektocht naar zijn reïncarnatie. Deze zoektocht was echter niet zonder controverse. De zesde Dalai Lama was een onconventionele figuur, bekend om zijn poëzie en afwijzing van traditionele monastieke discipline, en zijn dood onder mysterieuze omstandigheden (mogelijk tijdens zijn transport naar Peking door de Qing-autoriteiten) leidde tot politieke en religieuze spanningen.

Kelzang Gyatso werd als kind geïdentificeerd als de reïncarnatie van de zesde Dalai Lama door middel van traditionele methoden, zoals visioenen, orakels en tests waarbij hij voorwerpen van zijn voorganger moest herkennen. Zijn erkenning werd echter bemoeilijkt door de complexe politieke situatie. De Qing-dynastie, die in 1720 Tibet onder haar invloed had gebracht, speelde een steeds grotere rol in de selectie van Tibetaanse spirituele leiders. Kelzang Gyatso’s erkenning werd uiteindelijk goedgekeurd, maar zijn vroege jaren waren sterk beïnvloed door deze externe krachten. In 1717, toen Kelzang Gyatso nog maar een kind was, werd hij naar het Kumbum-klooster gebracht voor zijn eerste monastieke training. Zijn opleiding begon formeel op zesjarige leeftijd en omvatte de traditionele studie van boeddhistische filosofie, dialectiek, Tibetaanse kunst en cultuur, grammatica, geneeskunde en astrologie, zoals gebruikelijk in de Gelug-traditie van het Tibetaans boeddhisme.

Politieke Context en Rol

De zevende Dalai Lama leefde in een tijd waarin Tibet een strijdperk was van concurrerende machten: de Qing-dynastie, Mongoolse stammen en interne Tibetaanse facties. De vijfde Dalai Lama, Ngawang Lobsang Gyatso (1617–1682), had de positie van de Dalai Lama als zowel spiritueel als wereldlijk leider van Tibet versterkt, maar na zijn dood hadden de zesde en zevende Dalai Lama weinig politieke macht. De feitelijke macht lag vaak bij regenten, lokale Tibetaanse leiders of de Qing-ambans (ambtenaren gestationeerd in Lhasa).

In 1720 vestigde de Qing-dynastie haar controle over Tibet na het verdrijven van de Dzjoengaren, een Mongoolse stam die Lhasa had bezet. Kelzang Gyatso werd in 1720 naar Lhasa gebracht en in 1721 officieel ingewijd als de zevende Dalai Lama in het Potala-paleis. Vanwege zijn jonge leeftijd werd zijn bestuur overgedragen aan een regent, en zijn rol bleef voornamelijk spiritueel. De Qing-regering probeerde invloed uit te oefenen op de Dalai Lama en andere hoge lama’s, onder meer door de introductie van de “Gouden Urn”-procedure in 1793 (na zijn tijd) om reïncarnaties te controleren, wat aantoont hoezeer de Qing hun greep op Tibet wilden verstevigen.

In de jaren 1720 en 1730 was Tibet onrustig door interne machtsstrijden en externe inmenging. Kelzang Gyatso werd in 1727 tijdelijk verbannen naar Oost-Tibet (Litang) door de Qing-autoriteiten, die hem als een potentieel symbool van Tibetaanse eenheid en verzet zagen. Deze ballingschap weerspiegelt de spanningen tussen de Tibetaanse religieuze autoriteiten en de Qing-overheersing. Pas in 1735 mocht hij terugkeren naar Lhasa, waar hij zijn spirituele taken hervatte. Zijn politieke invloed bleef echter beperkt, en de regenten en Qing-ambans domineerden het bestuur.

Spirituele Bijdragen en Nalatenschap

Hoewel Kelzang Gyatso weinig politieke macht uitoefende, was zijn spirituele invloed aanzienlijk. Als hoofd van de Gelug-school van het Tibetaans boeddhisme speelde hij een cruciale rol in het behouden en verspreiden van boeddhistische leringen. Hij was een productief schrijver en dichter, en zijn werken omvatten religieuze commentaren, poëzie en leringen over de boeddhistische filosofie. Zijn geschriften worden vaak beschreven als behorend tot het genre namthar (Tibetaans voor “complete bevrijding”), dat biografische werken omvat die bedoeld zijn om anderen te inspireren tot spirituele verlichting.

Kelzang Gyatso stond bekend om zijn toewijding aan de boeddhistische principes van mededogen en geweldloosheid. Hij versterkte de positie van de Gelug-school en onderhield nauwe banden met andere boeddhistische tradities in Tibet, zoals de Nyingma- en Kagyü-scholen, in een poging eenheid te bevorderen binnen het Tibetaans boeddhisme. Zijn spirituele leiding was vooral belangrijk in een tijd waarin Tibet werd geconfronteerd met externe druk en interne verdeeldheid. Een van zijn blijvende bijdragen was de oprichting van het Norbulingka-paleis in Lhasa, dat later de zomerverblijfplaats van de Dalai Lama’s werd. Dit paleis werd een symbool van de culturele en spirituele identiteit van Tibet. Daarnaast ondersteunde hij de ontwikkeling van kloosters en religieuze instellingen, die cruciaal waren voor het behoud van de Tibetaanse boeddhistische traditie.

Persoonlijkheid en Levensstijl

Kelzang Gyatso wordt beschreven als een contemplatieve en vrome monnik, in tegenstelling tot zijn voorganger, de zesde Dalai Lama, die bekend stond om zijn wereldse en poëtische aard. Hij leefde volgens de strenge monastieke discipline van de Gelug-traditie en wijdde zijn leven aan studie, meditatie en het onderwijzen van boeddhistische principes. Zijn kalme en introspectieve aard maakte hem tot een gerespecteerde spirituele leider, hoewel hij weinig directe invloed had op de politieke gebeurtenissen van zijn tijd.

Overlijden en Nalatenschap

Kelzang Gyatso stierf in 1757 op 49-jarige leeftijd in Lhasa. Zijn dood markeerde het einde van een periode van relatieve stabiliteit voor de Gelug-school, maar de politieke instabiliteit in Tibet bleef voortduren. Na zijn overlijden begon de zoektocht naar zijn reïncarnatie, wat leidde tot de erkenning van de achtste Dalai Lama, Jamphel Gyatso. De nalatenschap van Kelzang Gyatso ligt vooral in zijn spirituele bijdragen en zijn inspanningen om de boeddhistische tradities van Tibet te behouden in een tijd van politieke onrust. Hoewel hij weinig directe politieke macht had, versterkte hij de religieuze en culturele identiteit van Tibet, die de basis vormde voor latere Dalai Lama’s om hun rol als symbolen van Tibetaanse eenheid en spiritualiteit verder uit te bouwen. Zijn werk als leraar en schrijver blijft een inspiratiebron binnen het Tibetaans boeddhisme.

Historische Context en Betekenis

De zevende Dalai Lama leefde in een tijd waarin Tibet steeds meer onder de invloed van de Qing-dynastie kwam te staan, een proces dat begon in de vroege 18e eeuw en voortduurde tot de 20e eeuw. Zijn ballingschap en beperkte politieke rol weerspiegelen de uitdagingen waarmee de Dalai Lama’s werden geconfronteerd in hun pogingen om spirituele autoriteit te combineren met wereldlijke macht. In tegenstelling tot de vijfde en dertiende Dalai Lama, die aanzienlijke politieke invloed uitoefenden, was Kelzang Gyatso’s rol voornamelijk symbolisch en spiritueel.

Zijn leven illustreert ook de complexe relatie tussen Tibet, China en de Mongolen, die elk probeerden hun invloed in de regio te vergroten. De erkenning van Kelzang Gyatso als Dalai Lama en zijn latere ballingschap tonen aan hoe de Qing-dynastie probeerde de Tibetaanse religieuze hiërarchie te controleren om politieke stabiliteit te waarborgen. Desondanks slaagde Kelzang Gyatso erin om de spirituele tradities van Tibet te versterken, wat zijn blijvende bijdrage aan de Tibetaanse cultuur en religie vormt.

Lijst van Dalai Lama's

Naam Afbeelding Leven Regering
1. Gendün Drub 1e Dalai Lama 1391-1474 titel werd
postuum verleend
2. Gendün Gyatso 2e Dalai Lama 1475-1542 titel werd
postuum verleend
3. Sönam Gyatso 3e Dalai Lama 1543-1588 1578-1588
4. Yönten Gyatso 4e Dalai Lama 1589-1617 1601-1617
5. Ngawang Lobsang Gyatso 5e Dalai Lama 1617-1682 1642-1682
6. Tsangyang Gyatso 6e Dalai Lama 1682-1706 1697-1706
7. Kälsang Gyatso 5e Dalai Lama 1708-1757 1751-1757
8. Jampäl Gyatso 8e Dalai Lama 1758-1804 1781-1788
9. Lungtog Gyatso 9e Dalai Lama 1805-1815 1808-1815
10. Tsültrim Gyatso 1816-1837 1826-1837
11. Khädrub Gyatso 11e Dalai Lama 1838-1856 1842-1856
12. Trinley Gyatso 12e Dalai Lama 1857-1875 1860-1875
13. Thubten Gyatso 13e Dalai Lama 1876-1933 1895-1933
14. Tenzin Gyatso 14e Dalai Lama sinds 1935 1950-1959