|
Dharma-Lotus is een boeddhistische organisatie met 6 vestigingen in Nederland en een | retraitecentrum (Ekãyano) in Noord-Frankrijk |
|
Sufheid
Het Boeddhistisch woordenboek
In het boeddhisme worden veel termen uit het Pali of Sanskriet gebruikt. Sommige zijn onbekend en vertalen naar het Nederlands is vaak moeilijk, omdat bestaande woorden al een andere betekenis hebben. Op deze wiki vind je een woordenboek met de meest voorkomende boeddhistische termen (in Pali, Sanskriet of Nederlandse vertaling), inclusief uitleg. Vaak bevat een term ook een link naar een uitgebreider artikel.
Sufheid
In het boeddhisme wordt sufheid (luiheid, slaperigheid of traagheid van geest) aangeduid met de samengestelde term thīna-middha (Pali). Het is onderdeel van de 5 hindernissen van meditatie. Deze 5 hindernissen kunnen sterke krachten tijdens de meditatie zijn en treden bij iedereen op, zowel tijdens het meditatieproces als in het dagelijks leven.
- verlangen (kama; abhidya)
- kwaadaardigheid (pradosha)
- luiheid (styana) en stijfheid (middha)
- rusteloosheid (anuddhatya) en wroeging (kaukritya)
- twijfel (vichikitsa)
Karakter van Sufheid
Sufheid bestaat uit twee nauw verbonden geestesfactoren die altijd samen optreden:
- stijfheid, traagheid, sloomheid en lusteloosheid van de geest. De geest voelt zwaar, futloos, zonder energie, wil niet opstijgen naar het meditatie-object
- stijfheid, traagheid of slaperigheid van de mentale factoren. De ondersteunende geestesfactoren (zoals aandacht, inspanning, intentie) functioneren niet goed; ze zijn als verlamd.
Samen maken ze dat de geest zich niet kan concentreren, snel afdwaalt of in slaap valt, geen vreugde of energie voelt om te mediteren of de Dhamma te beoefenen, zich “loom”, “zwaar” of “duf” voelt, alsof er een deken over de geest ligt. Het is niet alleen fysieke slaperigheid zoals na een zware maaltijd; het is vooral een geestelijke traagheid die ook optreedt als het lichaam uitgerust is.
Hoe kan je Sufheid onderdrukken
De allersterkste en meest directe tegenkracht is: Het opwekken van heldere, energieke aandacht op een inspirerend object, wat leidt tot pīti (verrukking) en passaddhi (kalmte). Maar het begint bijna altijd met vitakka (gerichte aandacht) en vīriya (energie/inspanning). De klassieke methoden om Sufheid te overwinnen zijn (in volgorde van grof naar subtiel):
- perceptie van licht; jezelf voorstellen dat het helder daglicht is, of met open ogen mediteren in een lichte ruimte.
- verandering van houding; opstaan, lopen-meditatie doen, koud water in het gezicht plenzen, oren trekken, enz.
- reflectie op de dood of op de waarde van deze menselijke geboorte
- reciteren of hardop spreken van de Dharma