|
Dharma-Lotus is een boeddhistische organisatie met 6 vestigingen in Nederland en een | retraitecentrum (Ekãyano) in Noord-Frankrijk |
|
3 lagere boeien
De Boeddhistische opsommingen
In de boeddhistische filosofie (de Dharma) komen veel opsommingen voor, zoals de 4 edele waarheden of de 3 bronnen van lijden. In de tijd van Gautama de Boeddha (ca. 563–483 v.Chr.) was bijna iedereen analfabeet; deze lijsten maakten de leer makkelijker uit te leggen en te onthouden.
De kern van de filosofie is door de eeuwen heen nauwelijks veranderd, en deze opsommingen vormen nog steeds de structuur (“kapstok”) van de leer. In lessen en lezingen wordt er vaak naar verwezen. Op deze wiki vind je een aparte categorie met de meest voorkomende opsommingen. Een voorbeeld daarvan is de onderstaande...
De 3 lagere boeien zijn
In het boeddhisme worden de 3 lagere boeien (Pali: tiṇṇaṃ saṃyojanānaṃ) of 3 lagere ketenen gezien als de eerste 3 van in totaal 10 ketenen van bestaan (saṃyojana) die een mens gevangen houden in de cyclus van wedergeboortes (saṃsāra). Deze 3 lagere boeien zijn de bindingen die iemand moet doorsnijden om de eerste fase van verlichting te bereiken: sotāpanna (stroombetreder). Wie deze drie heeft doorgeknipt, komt maximaal nog zeven keer terug in de wereld van goden en mensen, maar nooit meer in de lagere rijken (hel, hongerige geesten, dieren, etc. Dit puur metaforisch bezien).
Persoonlijkheidsgeloof of zelf-geloof
(Sakkāya-diṭṭhi); De diepgewortelde overtuiging dat er een permanent, onveranderlijk “ik” of “zelf” bestaat (in het lichaam, gevoelens, waarnemingen, formaties of bewustzijn). Dit is de belangrijkste bron van alle lijden.
lees meer over dit onderwerp op: de 5 Khanda's
Twijfel
(Vicikicchā); Onzekerheid over de kernwaarheden: of de Boeddha echt verlicht is, of de Dhamma echt tot bevrijding leidt, of er werkelijk oorzaak en gevolg (kamma) is, enz. Wie sotāpanna is geworden, heeft geen twijfel meer over deze punten.
lees meer over dit onderwerp op: Twijfel
Vastklampen aan regels en rituelen als doel op zich
(Sīlabbata-parāmāsa); De overtuiging dat louter het naleven van rituelen, ceremonies, voorschriften, ascese of morele regels (zonder inzicht) voldoende is voor bevrijding. Voorbeeld: denken dat baden in de Ganges alle zonden wegspoelt, of dat strikt vegetarisme automatisch tot verlichting leidt.
Als deze drie volledig zijn uitgeroeid, word je een sotāpanna (stroombetreder). Je bent dan definitief op weg naar nibbāna en beschermd tegen wedergeboorte in de vier lagere rijken (apāya): hel, dierenrijk, hongerige geesten en asura’s (metaforisch bezien).
lees meer over dit onderwerp op: Vastklampen aan rituelen
Volledig artikel
lees meer over dit onderwerp op: 10 ketenen van bestaan