Bewustzijn
In het boeddhisme, en dan met name het Theravada boeddhisme, wordt het bewustzijn (Pali: citta) gezien als de kern van al onze ervaringen, de bewustzijnstaten. Het is geen vast "ik" of een eeuwige ziel, maar een reeks vluchtige momenten die elkaar razendsnel opvolgen. Volgens de Abhidhamma, de analytische leer van de Theravada, zijn er in totaal 89 (of 121, afhankelijk van de telling) soorten bewustzijn, elk met een specifieke functie, kwaliteit en rol in het leven. Bewustzijn ontstaat altijd door contact tussen een zintuig, een object en mentale factoren. Bewustzijn is geconditioneerd: het ontstaat, bestaat kort en verdwijnt weer, onderhevig aan de 3 kenmerken van bestaan: veranderlijkheid (anicca), lijden (dukkha) en geen-zelf (anatta).
Bewustzijn is zelfloos
In de dharma wordt bewustzijn ook benoemd als:
- een werkende kracht (ãrammanam cintetï cittam)
- een instrument (etana cintentï ti cittam)
- een activiteit (cintanamattam cittam)
Wat hierboven beschreven staat laat zien dat bewustzijn een proces is welk in het lichaam zijn beloop heeft. Zolang er conditioneringen zijn zullen waarnemingen een geladen contact afgeven waardoor onbalans ontstaat en de 5 aggregaten-ontstaan der emoties doen oproepen. Dit is een werkende kracht waar we alleen vanuit de inzichtmeditatie invloed op hebben.
We weten ook dat door het scherpen van de concentratie + neutraliteit + observatie we onze focus kunnen scherpen en zodoende bewuster worden. Dit is een instrument waar we wel invloed op hebben. Maar bewustzijn is bovenal een activiteit van het kennen (van rüpa). Zolang bewustzijn alleen maar gezien wordt als werkende kracht en/of als instrument lijkt het alsof er een individueel karakter aan verbonden is. De werkende kracht in het lichaam en -wij- kunnen bewustzijn gebruiken als instrument. Er is echter geen individu die de activiteit van het kennen (van rüpa) aanzet. De activiteit van het kennen (van rüpa) is het bewustzijn. Bewustzijn is dus de handeling zelf inclusief de werkende kracht en het instrument.
6 Bewustzijntypen
In de meest eenvoudige uitleg (die nog steeds klopt) is het bewustzijn al onze 6 zintuigen bij elkaar opgeteld. In een uitgebreidere uitleg is het ook nog wat we met de informatie, die middels deze zintuigen binnenkomen, doen. Omdat er 6 zintuigen zijn, zijn er ook 6 typen van bewustzijn die elk een activiteit genereren:
- Oogbewustzijn; Voor een bewuste oogwaarneming zijn nodig: ooggevoeligheid, zichtbaar object, licht en aandacht. Dit zijn de basisvoorwaarden om contact te krijgen tussen de ogen en het object.
Blinde ogen zijn weliswaar ogen maar zijn niet gevoelig voor licht. Ooggevoeligheid is dus een voorwaarde. Aanwezigheid van object is niet voldoende als dit object niet zichtbaar is ook al is er licht. Er kan namelijk iets voor staan zodat het object niet zichtbaar is. Lichtval op het object is eveneens een voorwaarde en tot slot moet er aandacht zijn vanuit de persoon om het object bewust waar te nemen. Is er geen aandacht dan is er wel contact maar onbewust.
De ogen zijn de zintuigen en het oogbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: zien. Deze interactie is volledig neutraal totdat een conditionering wordt aangeraakt. Op dat moment wordt het zien duaal en gaan we rüpa kwalificeren als mooi of lelijk. De opmerking: -het ziet er mooi uit- is dan ook een onjuiste omdat niet rüpa mooi is maar de interpretatie (vanuit de conditionering) van rüpa.
Een vergelijk is te maken met het oorbewustzijn, tongbewustzijn, neusbewustzijn, tastzinbewustzijn en gevoelbewustzijn.
- Oorbewustzijn; Voor een bewuste oorwaarneming zijn nodig: oorgevoeligheid, hoorbaar geluid, ruimte en aandacht. De oren zijn de zintuigen en het oorbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: horen.
- Tongbewustzijn; Voor een bewuste tongwaarneming zijn nodig: tonggevoeligheid, waarneembare smaak, vocht en aandacht. De tong is het zintuig en het tongbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: smaak.
- Neusbewustzijn; Voor een bewuste neuswaarneming zijn nodig: neusgevoeligheid, waarneembaar geur, lucht, aandacht. De neus is het zintuig en het neusbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: ruiken.
- Tastzinbewustzijn; Voor een bewuste tastwaarneming zijn nodig: lichaamsgevoeligheid, tastbaar object, vorm, aandacht. De tastzin is het zintuig en het tastzinbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: voelen.
- Gevoelbewustzijn; Voor een bewuste gevoelwaarneming zijn nodig: hartbasis, mentaal object, bhavangha, aandacht. Het gevoel is het zintuig en het gevoelbewustzijn is de gewaarwording van rüpa met als kenmerk: aanvoelen.
De Hoofdindelingen: Werelds- en Bovenwerelds Bewustzijn
Bewustzijn wordt fundamenteel verdeeld in twee categorieën: werelds en bovenwerelds. Dit onderscheid gaat over of het gebonden is aan de cyclus van geboorte en dood (samsara) of leidt tot bevrijding.
Werelds bewustzijn
Het Wereld bewustzijn verwijst naar alle bewustzijnsmomenten die binnen de “wereld” (loka) plaatsvinden. Hiermee wordt de wereld van de 5 kandha's (vorm, gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn) bedoeld. Werelds bewustzijn omvat het overgrote deel van onze dagelijkse ervaringen. Het is gebonden aan samsara, heeft wereldse objecten (zintuiglijk of mentaal) en produceert karma. Voorbeelden: denken, voelen, waarnemen in het dagelijks leven. Kenmerkend voor werelds bewustzijn is:
- het heeft altijd een werelds object:
- een zintuiglijk object (zicht, geluid, geur, smaak, tast)
- een mentaal object (gedachte, herinnering)
- een fijnstoffelijk object in jhāna-toestanden.
- het is altijd gebonden aan de 3 kenmerken van bestaan: vergankelijkheid (anicca), lijden (dukkha) en geen-zelf (anatta)
- altijd gepaard gaat met mentale factoren die heilzaam (kusala), onheilzaam (akusala) of neutraal (abyākata) zijn
- onderhevig is aan de wet van karma
Werelds bewustzijn vormt het overgrote deel van onze mentale activiteit. Ook tijdens het beoefenen van mindfulness en meditatie verblijven we grotendeels in het werelds bewustzijn.
Heilzaam, onheilzaam, resultant en funtioneel bewustzijn
Binnen het werelds bewustzijn wordt onderscheid gemaakt op basis van morele kwaliteit: heilzaam, onheilzaam, resultaat en functioneel. Dit bepaalt of het leidt tot geluk of lijden.
- heilzaam bewustzijn is geworteld in niet-hebzucht, niet-haat en wijsheid. Het creëert gunstig karma en verzwakt ketens. Voorbeelden: vrijgevigheid, meditatie in jhāna.
- onheilzaam bewustzijn is geworteld in hebzucht, haat of onwetendheid. Het creëert lijden en versterkt ketens. Voorbeelden: boosheid, jaloezie.
- resultant bewustzijn is neutraal. het is de rijping (resultaat) van eerder karma en de basis van zintuiglijke ervaringen. Voorbeelden: zien, horen, pijn voelen.
- functioneel bewustzijn komt alleen voor bij verlichte personen zoals Arhats en Boeddha's. Het is puur functioneel, zonder kamma. Voorbeelden: een arahant eet of mediteert.
| Kwaliteit | Wortels/Werking | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Heilzaam | niet-hebzucht, niet-haat, wijsheid; gunstig karma | vriendelijkheid tonen |
| Onheilzaam | hebzucht, haat, onwetendheid; lijden | jaloezie voelen |
| Resultaat | neutraal; rijping oud karma | een geluid horen |
| funtioneel | Neutraal; alleen bij arhats en Boeddha, geen kamma | een arahant wandelt |
lees meer over dit onderwerp op: Werelds bewustzijn
Bovenwerelds bewustzijn
Bovenwerelds bewustzijn betekent letterlijk “bewustzijn dat boven de wereld uitgaat” (loka = wereld; uttara = boven, voorbij). Het heeft de volgende unieke kenmerken:
- object: Nibbana – de ongeconditioneerde, eeuwige vrede die buiten tijd, ruimte en conditionering valt
- niet gebonden aan samsara: Het plant geen nieuw karma en leidt niet tot wedergeboorte
- altijd gepaard met diepe wijsheid: Het doorziet volledig de 4 edele waarheden
- kortstondig maar onomkeerbaar in effect: Het verandert de geest permanent door ketens te doorsnijden
- superieur aan alle wereldse ervaringen: Zelfs de hoogste jhāna-toestanden blijven werelds; alleen bovenwerelds bewustzijn leidt tot echte bevrijding
- gekoppeld aan de 4 stadia van verlichting
Bovenwerelds bewustzijn ontstaat alleen wanneer de voorwaarden volledig rijp zijn: een zuivere morele basis (sīla), diepe concentratie (samādhi) en scherp inzicht (paññā) door vipassana-meditatie.
lees meer over dit onderwerp op: Bovenwerelds bewustzijn
| Aspect | Werelds bewustzijn | Bovenwerelds bewustzijn |
|---|---|---|
| Object: | Werelds (zintuiglijk, mentaal, jhāna-object) | Nibbana |
| Gebonden aan samsara: | ja | nee |
| Karma-vormend: | Ja (behalve bij arhats) | nee |
| Doel: | ervaren binnen de cyclus | bevrijding uit de cyclus |
Het Cognitieve Proces
Het Cognitieve proces is hoe bewustzijn werkt in de waarneming. Bewustzijn speelt zich af in een razendsnel proces, met een rusttoestand en verschillende actieve fasen. Deze rusttoestand is het levenscontinuüm, een passief resultant bewustzijn dat de geest in stand houdt tussen de verschillende ervaringen. Het Levenscontinuüm kan onderbroken worden door het cognitieve proces.
Het cognitieve proces (Pali: citta-vīthi, letterlijk “reeks van bewustzijn”) is een razendsnelle opeenvolging van bewustzijnsmomenten die ontstaat wanneer een object via een zintuig of de geest waargenomen wordt. Dit proces legt bloot hoe ervaring niet continu is, maar bestaat uit discrete, vluchtige momenten die elkaar opvolgen.
- verstoring van de levenscontinuüm: de rusttoestand van de geest wordt verstoord
- onderbreking van de levenscontinuüm: de rust wordt onderbroken
- perceptueel bewustzijn: het zintuigbewustzijn registreert het object (bijv. oogbewustzijn ziet een kleur)
- ontvangend bewustzijn: ontvangt de indruk
- onderzoekend bewustzijn: onderzoekt de indruk
- bepalend bewustzijn: bepaalt het object en schakelt over naar de mentale deur
- Javana bewustzijn: hier ontstaat reactie: heilzaam, onheilzaam of functioneel. Dit is waar nieuw karma gevormd kan worden
- registrerend bewustzijn: eventueel nasmaak van de indruk
- terug naar levenscontinuüm
| No. | Stap in het Proces | Pali-term | Functie | Type bewustzijn | Morele aard / Opmerking |
|---|---|---|---|---|---|
| - | rusttoestand | Bhavaṅga-citta | Levenscontinuüm; de rust tussen processen | resultant bewustzijn dus neutraal | rijping van wedergeboorte-karma |
| 1 | verstoring | Bhavaṅga-calana | trilling door komst object | resultant bewustzijn dus neutraal | |
| 2 | onderbreking van processen | Bhavaṅga-upaccheda | volledige onderbreking van de rust | resultant bewustzijn dus neutraal | |
| 3 | perceptueel bewustzijn | Pañca-viññāṇa | registreren object middels zintuigpoorten | resultant bewustzijn dus neutraal | 5 soorten perceptueel bewustzijn, 1 per zintuig |
| 4 | ontvangend bewustzijn | Sampaṭicchana | ontvangen van het object | resultant bewustzijn dus neutraal | heilzaam of onheilzaam |
| 5 | onderzoekend bewustzijn | Santīraṇa | onderzoeken van het object | resultant bewustzijn dus neutraal | 3 soorten (volgens gevoel) |
| 6 | bepalend bewustzijn | Voṭṭhapana | bepalen van het object | resultant of functioneel bewustzijn dus neutraal | brug naar mentale verwerking |
| 7 | Javana bewustzijn | Javana | impulsieve reactie; karma-vormend | heilzaam, onheilzaam of functioneel bewustzijn | kern van morele keuze |
| 8 | registrerend bewustzijn | Tadārammaṇa | registratie van object | resultant bewustzijn dus neutraal | alleen bij sterke objecten |
Pad-bewustzijn en Vrucht-bewustzijn
Het boeddhisme beschrijft 4 stadia van verlichting, elk met een bijbehorend 'pad' (magga) en 'vrucht' (phala). Pad-bewustzijn is specifiek het bewustzijn dat het pad betreedt: het actieve moment van inzicht en zuivering. Het wordt gevolgd door vrucht-bewustzijn (phalacitta), dat de directe vrucht of het resultaat van dat pad ervaart.
- Pad-bewustzijn (maggacitta): Dit is het 'werkende' bewustzijn. Het voert de zuivering uit, doorsnijdt ketens en ervaart nibbana voor de eerste keer op dat niveau. Het is als het klimmen van een bergpas: actief en transformerend.
- Vrucht-bewustzijn (phalacitta): Dit volgt onmiddellijk op het pad en geniet van de 'vrucht' – een herhaalde ervaring van nibbana zonder de actieve zuivering. Het is als het rusten na de klim, met een diepere vrede.
| Aspect | Pad-bewustzijn | Vrucht-bewustzijn |
|---|---|---|
| Functie: | actief: voert de zuivering uit, doorsnijdt ketens | passief: geniet van het resultaat van de zuivering |
| Karakter: | heilzaam; oorzaak van bevrijding | resultaat; gevolg van het pad |
| Object: | nibbana | nibbana |
| Duur per optreden: | slechts één bewustzijnsmoment | meerdere opeenvolgende bewustzijnsmomenten |
| Herhaalbaarheid: | éénmalig per stadium (kan niet herhaald worden) | herhaalbaar en verlengbaar in meditatie |
| Metafoor: | het doorkruisen van de bergpas (inspanning) | rusten en genieten op de top na de klim |
| Effect op ketens: | doorsnijdt of verzwakt specifieke ketens definitief | geen nieuwe zuivering; ervaart de bereikte vrijheid |
In de meditatiepraktijk, vooral in vipassana (inzichtsmeditatie), leiden momenten van diep inzicht tot deze bewustzijnsstaten. Beoefenaars cultiveren factoren zoals concentratie (samadhi), wijsheid (panna) en morele zuiverheid (sila) om pad-bewustzijn te bereiken.
Scherpen van het bewustzijn
Het bewustzijn zelf kan je in actieve zin niet scherpen of hoger of dieper krijgen. Dat zou betekenen dat je middels een bepaalde oefening of ceremonie beter zou kunnen gaan horen, proeven of zien en dat is niet zo. Een wijn- of koffieproever is echter wel in staat om 2 zintuigen (tong en neus) beter te laten werken middels concentratie. Door deze concentratie worden zijn smaakpapillen op de tong niet vermeerderd maar de effectiviteit neemt echter wel toe. Binnen het proces van bewust worden kunnen wij indirect ervoor zorgen dat het bewustzijn scherper wordt en dit doen we middels het trainen van een drie-eenheid:
- zuivere concentratie (samma samadhi)
- zuivere neutraliteit (samma vayama)
- zuivere observatie (samma sati)
Deze drie-eenheid wordt focus (samãdhi) genoemd en is het tweede deel van het 8-voudige pad. De methode om deze drie-eenheid te trainen is de concentratie-meditatie (samãdhi bhavana). Tijdens deze meditatie gaat de beoefenaar zijn aandacht concentreren op 1 observatiegebied, doorgaans is dit (een deel van) de ademhaling. Belangrijk hierin is om zo lang mogelijk de aandacht bij deze ademhaling te houden zonder af te dwalen. Gebeurt dit toch dan is het belangrijk dit zo snel mogelijk op te merken en om vervolgens zo snel mogelijk terug te keren naar het observatiegebied. Concentratie is echter niet voldoende. Datgene waar je aandacht op gevestigd is moet ook zo neutraal mogelijk waargenomen worden. Elke vorm van niet-neutraliteit wordt gecreëerd door een conditionering waardoor onbalans ontstaat. Om geen ruimte te geven aan de onbalans is het dus belangrijk op te merken dat er een conditionering wordt aangeraakt. Veel later gaan we in de meditatie deze conditioneringen opruimen middels inzichtmeditatie (vipassana bhavana).
Het eigenlijke scherpen komt hierna aan bod n.l. de observatie. Hoe beter de concentratie en neutraliteit des te meer gaan we opmerken van het observatiegebied. Het lijkt alsof er steeds meer gewaarwordingen bijkomen, deze waren er eerstt ook, alleen merkte je ze toen niet op omdat je focus nog niet scherp genoeg was. Hoe scherper je focus hoe bewuster je dingen waarneemt. Het scherpen van het bewustzijn is slechts een tijdelijk aspect want het uiteindelijke gevolg is niet een zo scherp mogelijk bewustzijn maar het loslaten van dit bewustzijn.
Is bewustzijn een uiting van een spirituele staat?
Zolang een kind niet in staat is zelfstandig te fietsen is het gebruik van zijwieltjes erg handig. De zijwieltjes moeten echter geen status op zich worden en uiteindelijk ook verdwijnen als het kind ouder en kundiger is. Hetzelfde geldt voor bewustzijn. Het bewustzijn is een schakel binnen het gehele proces van lijden en het ontstaan van lijden en zodoende wordt bewustzijn gerekend tot het ego. Dit wordt in de Pali-canon als volgt uitgelegd:
- Aldus monniken, ontstaan op voorwaarde van onwetendheid de drijfveren
- op voorwaarde van de drijfveren ontstaat bewustzijn
- op voorwaarde van bewustzijn ontstaat naam-en-vorm
- op voorwaarde van naam-en-vorm ontstaan de 6 zinnensferen
- op voorwaarde van de 6 zinnensferen zintuiglijke ontstaan indrukken
- op voorwaarde van de zintuiglijke indrukken ontstaat gevoel
- op voorwaarde van gevoel ontstaat begeerte
- op voorwaarde van begeerte ontstaat toe-eigening
- op voorwaarde van toe-eigening ontstaat wording
- op voorwaarde van wording ontstaat geboorte
- op voorwaarde van geboorte ontstaat ouderdom en dood, droefenis, weeklagen, pijn, terneerslachtigheid en vertwijfeling.
- Aldus ontstaat deze hele massa van leed.
- (Mahã-Tanhãsankhaya-Sutta, MN 38, i 261, 18)
Het belang van het scherpen van de focus leidt tot een scherp/zuiver bewustzijn. Een scherp/zuiver bewustzijn leidt tot inzicht. Inzicht leidt tot het volkomen ophouden en verdwijnen van onwetendheid.
- Maar door het volkomen ophouden en verdwijnen van onwetendheid houden de drijfveren op
- door het ophouden van drijfveren houdt bewustzijn op
- door het ophouden van bewustzijn houdt naam-en-vorm op
- door het ophouden van naam-en-vorm houden de 6 zinnensferen op
- door het ophouden van de 6 zinnensferen houden de zintuiglijke indrukken op
- door het ophouden van de zintuiglijke indrukken houdt gevoel op
- door het ophouden van gevoel houdt begeerte op
- door het ophouden van begeerte houdt toe-eigening op
- door het ophouden van toe-eigening houdt wording op
- door het ophouden van wording houdt geboorte op
- door het ophouden van geboorte houdt ouderdom en dood, droefenis, weeklagen, pijn, terneerslachtigheid en vertwijfeling op.
- Aldus ontstaat deze hele massa van leed.
- (Mahã-Tanhãsankhaya-Sutta, MN 38, i 262, 20)
Uitleg op film